RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/021974-22 vonnis van de meervoudige kamer van 16 november 2022 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag verdachte] 1973 te [geboorteplaats] , wonende te [woonadres] , raadsman mr. B.J.P van Gils, advocaat te Tilburg. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 november 2022, waarbij de officier van justitie, mr. C.M.J.M. van Buul, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ook is de vordering van de benadeelde partij A.D.P.L. Schroot behandeld. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 17 juli 2019 tot en met 26 januari 2022 [benadeelde] heeft gestalkt. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het stalken van [benadeelde] (hierna: [benadeelde] ). Zij baseert zich daarbij, kort gezegd, op de bekennende verklaring van verdachte, de aangiftes van [benadeelde] en de processen-verbaal van bevindingen over de stopgesprekken met verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het stalken van [benadeelde] . Verdachte heeft dit feit ook bekend. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 17 juli 2019 tot en met 26 januari 2022 te Tilburg en Goirle, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde] , door: - Die [benadeelde] telkens ongevraagd en tegen haar wil veelvuldig sms-berichten en Whatsapp-berichten en e-mailberichten te sturen met beledigende inhoud en - veelvuldig briefjes in de brievenbus van die [benadeelde] en voor haar voordeur en achter de ruitenwisser van haar auto en die van meerdere van haar collega's achter te laten met een beledigende, dan wel kwetsende, inhoud, te weten: "Ouderverstoting is niet de wens van het kind, maar het resultaat van Pure Manipulatie" en soortgelijke teksten en - meermalen bij de overboeking van een geldbedrag naar de rekening van die [benadeelde] bij de omschrijving te vermelden: "Zieke ouderverstoter" en "Ouderverstoter" en soortgelijke teksten en - aan de advocaat van die [benadeelde] ongevraagd en tegen haar wil meerdere e-mailberichten te sturen met beledigende, dan wel kwetsende, dan wel smadelijke inhoud, te weten, dat die [benadeelde] : "haar eerste kind heeft gedood bij 30 weken" en 'als eerste gemeenschap had met een andere man binnen hun relatie" en "grote mentale uitdagingen (anorexia, schizofrenie, er is zelfs over opname gesproken) heeft" en "een knotsgekke labiele vrouw is" en "ziekelijk georienteerd is op verstoting en niet in staat is hun kinderen te leren en geven wat zij verdienen" en soortgelijke teksten en - zich meermalen nabij en in de directe omgeving van haar woning op te houden; met het oogmerk die [benadeelde] , te dwingen en iets te dulden. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 240 uur met aftrek van het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. Daarnaast verzoekt zij het contact- en locatieverbod dadelijk uitvoerbaar te verklaren. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt rekening te houden met de omstandigheid dat het Openbaar Ministerie na eerdere meldingen en aangiftes van [benadeelde] niet direct is overgegaan tot vervolging van verdachte, waardoor nu een langere periode van stalking bewezen kan worden verklaard. Daarnaast heeft verdachte niet de gehele tenlastegelegde periode berichten naar [benadeelde] verstuurd en waren de berichten niet bedreigend van aard. Het gaat om een complexe vechtscheiding en verdachte heeft na vrijlating laten zien dat het goed gaat. Gelet op het voorgaande dient de op te leggen taakstraf te worden gematigd. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich gedurende een lange periode, de periode van 17 juli 2019 tot en met 26 januari 2022, schuldig gemaakt aan het stalken van zijn ex-partner [benadeelde] . Dit deed hij door haar veelvuldig berichten te sturen, zich in de buurt van haar woning op te houden en bij het overboeken van de alimentatie beledigende teksten te schrijven. Daarnaast liet verdachte heel veel brieven achter in haar brievenbus, bij de voordeur en achter de ruitenwisser van haar auto. Ook heeft verdachte meerdere e-mailberichten naar de advocaat van [benadeelde] gestuurd en brieven achtergelaten onder de ruitenwisser van de auto’s van haar collega’s. Door zo te handelen heeft verdachte de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde] ernstig aangetast. De rechtbank begrijpt heel goed dat verdachte graag contact wil met zijn kinderen, maar de wijze waarop hij dat heeft geprobeerd is onaanvaardbaar. Stalking is een ernstig feit. Slachtoffers ondervinden door stalking vaak gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid. Dat [benadeelde] zich ook zo heeft gevoeld, blijkt uit haar vele aangiftes. Ze werd voor een lange periode dagelijks ongewild met verdachte geconfronteerd en ervaarde gevoelens van angst. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk. In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met de omstandigheden dat [benadeelde] niet fysiek met verdachte is geconfronteerd en dat verdachte geen bedreigende berichten naar haar heeft gestuurd. De rechtbank houdt ook rekening met hetgeen vermeld is in het reclasseringsadvies van 21 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.