← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6825

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Tilburg zaaknummer 10038868 CV EXPL 22-2960 vonnis van 16 november 2022 in de zaak van [eiser] ,handelend onder de naam Sellent Service, gevestigd te Middelburg, verder te noemen: ‘ [eiser] ’, eiser, gemachtigde: Juristu Incassodiensten BV te Schiphol, tegen [gedaagde] , [adres gedaagde] gedaagde, verder te noemen: ‘ [gedaagde] ’, procederend in persoon. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van [eiser] , met producties; de conclusie van antwoord van [gedaagde] , met producties; de akte uitlaten van [eiser] , met één productie; e antwoordakte van [gedaagde] . 1.
  2. Hierna is de uitspraak van het vonnis op vandaag bepaald. 2Het geschil 2.
  3. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 414,00, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 360,00 vanaf 8 mei 2022, althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de volledige betaling, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en de nakosten. 2.
  4. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. 3De beoordeling 3.
  5. Tussen partijen staan de volgende feiten vast: [eiser] heeft een bedrijf in de verhuur en lease van, onder andere, autobussen. [gedaagde] heeft per WhatsAppbericht van 21 april 2022 bij [eiser] een 9-persoons autobus gereserveerd voor de periode van 3 mei 2022 tot en met 6 mei
  6. [eiser] heeft [gedaagde] op 3 mei 2022 een factuur gestuurd voor een bedrag van € 360,00 inclusief btw. [gedaagde] heeft uiteindelijk geen gebruik gemaakt van de gereserveerde autobus en heeft de factuur van [eiser] niet betaald. Op 23 mei, 28 mei en 1 juni 2022 heeft [eiser] [gedaagde] een aanmaning gestuurd. [gedaagde] heeft de factuur niet betaald. [eiser] heeft [gedaagde] op 1 augustus 2022 gedagvaard. 3.
  7. [eiser] stelt dat [gedaagde] onterecht het factuurbedrag van € 360,00 niet heeft betaald. Hij vordert daarom betaling van het bedrag van € 360,00, vermeerderd met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten van € 54,00 en de proceskosten. [eiser] stelt dat bij het aangaan van de overeenkomst met [gedaagde] de algemene voorwaarden van Sellent van toepassing zijn verklaard. Volgens [eiser] moet [gedaagde] zich houden aan de bepalingen uit deze algemene voorwaarden. Artikel 5 lid 4 van de algemene voorwaarden bepaalt dat bij het niet-ophalen van het voertuig (no show) het gehele factuurbedrag in rekening wordt gebracht. Omdat [gedaagde] zonder kennisgeving niet is komen opdagen, dient [gedaagde] het gehele factuurbedrag te betalen, zo stelt [eiser] . 3.
  8. [gedaagde] is van mening dat hij het factuurbedrag niet hoeft te betalen. Hij heeft de autobus telefonisch bij Sellent geannuleerd. Hij is niet bekend met de algemene voorwaarden waar [eiser] zich op beroept. De autobus werd via een Marktplaatsadvertentie door Sellent aangeboden. In die advertentie werd enkel een telefoonnummer vermeld, maar geen bedrijfsnaam of (een verwijzing naar) algemene voorwaarden, zo stelt [gedaagde] . 3.
  9. De kantonrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] zo, dat [gedaagde] betwist dat de algemene voorwaarden tussen partijen zijn overeengekomen. Voor de vraag of [gedaagde] de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden heeft aanvaard, geldt dat Sellent deze moet hebben aangeboden en [gedaagde] deze moet hebben aanvaard (artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek). Al aangenomen dat tussen Sellent en [gedaagde] een overeenkomst voor de huur van de autobus tot stand is gekomen, heeft [eiser] niet gesteld op welke wijze [gedaagde] daarbij (ook) de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden heeft aanvaard. In dat verband is de enkele opmerking van [eiser] dat de algemene voorwaarden op de website van Sellent te vinden zijn, onvoldoende. 3.
  10. De kantonrechter komt dan ook tot het oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat in de rechtsverhouding tussen partijen de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Dit brengt mee dat [eiser] het factuurbedrag niet op grond van artikel 5 lid 4 van die algemene voorwaarden van [gedaagde] kan vorderen. Omdat [gedaagde] geen gebruik heeft gemaakt van de autobus, hoeft [gedaagde] het factuurbedrag niet te betalen. De vordering van [eiser] tot betaling van het bedrag van € 360,00 wordt daarom afgewezen. De vorderingen tot betaling van de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten delen hetzelfde lot en zullen dus eveneens worden afgewezen. 3.
  11. In beginsel dient [eiser] , als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Maar omdat [gedaagde] in persoon, zonder bijstand van een gemachtigde, heeft geprocedeerd, zijn er aan zijn kant geen proceskosten gemaakt die voor een vergoeding door [eiser] in aanmerking komen. Daarom kan een proceskostenveroordeling van [eiser] achterwege blijven. 4De beslissing De kantonrechter: wijst de vordering af. Dit vonnis is gewezen door mr. Sierkstra en is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.