← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6849

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Breda zaaknummer / rolnummer: C/02/399150 / HA ZA 22-327 Vonnis van 16 november 2022 in de zaak van [eiser] , wonende te [adres] , eiser, advocaat mr. R.A.W. van Oudheusden te Oosterhout, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WIJKOPENAUTOS BV, gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat onttrokken. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties genummerd 1 tot en met 8, de rolbeslissing van 21 september 2022 waarin akte wordt verleend dat de advocaat van gedaagde zich aan de zaak onttrekt, waarna zich voor gedaagde geen nieuwe advocaat heeft gesteld. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. Eiser vordert betaling van de motorrijtuigenbelasting en premies autoverzekering tot en met mei 2022, te vermeerderen met de na mei 2022 nog verschuldigd wordende termijnen tot de dag der algehele voldoening aan het in deze te wijzen vonnis. De rechtbank overweegt dat deze bedragen door eiser niet meer hoeven te worden voldaan vanaf het moment dat de eigendom van de auto is geleverd aan c.q. overgeschreven is op naam van gedaagde. Deze kosten zullen dan ook worden toegewezen tot de datum van overdracht. 2.
  4. Eiser vordert wettelijke rente tot en met 31 mei 2022 ter hoogte van € 595,66, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2022 over € 52.484,68, welk bedrag vermeerderd dient te worden met de na mei 2022 nog verschuldigd wordende termijnen ter zake van motorrijtuigenbelasting en premies autoverzekering, tot de dag der algehele voldoening. 2.
  5. De rechtbank stelt vast dat eiser tweemaal rente vordert over dezelfde dag, te weten 31 mei
  6. Nu eiser niet tweemaal over dezelfde dag rente kan vorderen, zal de rechtbank de rente vanaf 1 juni 2022 toewijzen. 2.
  7. Daarnaast vordert eiser rente vanaf 31 mei 2022 over een bedrag waarin voor een deel al rente is begrepen. De gevorderde wettelijke rente is echter op grond van de wet niet toewijsbaar over reeds berekende wettelijke rente voor zover deze niet over een geheel jaar verschuldigd is, zodat de vordering voor dat deel moet worden afgewezen. 2.
  8. De stellingen van eiser kunnen het gevorderde voor het overige dragen en zijn door gedaagde niet weersproken. Het gevorderde moet daarom worden toegewezen. 2.
  9. Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op: - dagvaarding € 131,18 - griffierecht 1.301,00 - salaris advocaat 1.114,00 (1,0 punt × tarief € 1.114,00) Totaal € 2.546,18 2.
  10. De nakosten, waarvan eiser betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. 3De beslissing De rechtbank 3.
  11. veroordeelt gedaagde tot nakoming van de tussen gedaagde en eiser tot stand gekomen koopovereenkomst binnen 8 dagen dagtekening van dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag, voor iedere dag dat gedaagde met nakoming van dit vonnis in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00, 3.
  12. veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen: de koopsom van € 51.000,00 (eenenvijftigduizend euro); de door eiser betaalde motorrijtuigenbelasting en premies autoverzekering tot en met mei 2022 ad € 888,02, te vermeerderen met de na mei 2022 nog verschuldigd wordende termijn ter zake van motorrijtuigenbelasting en premies autoverzekering tot aan de dag dat de auto, na voldoening van de onder a. genoemde koopsom aan eiser, aan gedaagde is geleverd; de wettelijke rente tot en met 31 mei 2022 ad € 595,66, vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2022 over € 52.484,68, welk bedrag vermeerderd dient te worden met de na mei 2022 nog verschuldigd wordende termijnen ter zake van motorrijtuigenbelasting en premies autoverzekering, verminderd met het gedeelte van de vervallen rente dat op de dag van betaling nog niet meer dan een jaar verschuldigd is, met ingang van 1 juni 2022 tot de dag van volledige betaling; e buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.565,60, 3.
  13. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 2.546,18, 3.
  14. veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: - € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, - te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, 3.
  15. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  16. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. van Alphen en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.