← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:6850

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/340001-21 rk-nummer: 21-019769 Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 17 december 2021, in de zaak: [verzoeker] wonende te [woonplaats],woonplaats kiezende ten kantore van mr. drs. J.P. de Man, Jagersbosstraat 8, 5240 AD Rosmalen 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het verzoekschrift ex artikel 29f Sv; de schriftelijke reactie van de officier van justitie; de overige stukken in het raadkamerdossier. Op 8 april 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, verzoeker en mr. drs. J.P. de Man als advocaat van verzoeker gehoord. Namens verzoeker is naar voren gebracht dat hij in april 2017 werd verdacht van een strafbaar feit inzake de Opiumwet. Daartoe is verzoeker op 13 april 2017 verhoord door politie en justitie. vervolgens is verzoeker op 1 december 2017 nogmaals verhoord. Namens verzoeker is gevraagd om een (begin van een) procesdossier waar door het Openbaar Ministerie geen gehoor aan werd gegeven. Blijkbaar is het strafrechtelijk onderzoek ten parkette in het ongerede geraakt. Er konden of werden geen verdere stukken overgelegd aangaande de strafrechtelijke verdenking jegens verzoeker. Inmiddels is verzoeker vier en een half jaar verder en is verzoeker niet op de hoogte van de (huidige) stand van zaken aangaande enige strafrechtelijke vervolging. Naar het oordeel van verzoeker heeft het Openbaar Ministerie zijn recht op vervolging laten verjaren. Verzoeker vraagt de rechtbank de strafzaak tegen hem als beëindigd te verklaren. De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat verzoeker deel uitmaakt van het zeer omvangrijke strafrechtelijke onderzoek KeiAppel. Hierin is pas recentelijk een oordeel vanuit het Openbaar Ministerie gekomen hetgeen geleid heeft tot verdere vervolgingsbeslissingen in deze zaak. Zo ook tegen verzoeker. In het geval van verzoeker is besloten verzoeker te dagvaarden voor de politierechter. Er is inmiddels een zittingsdatum bekend. De officier van justitie stelt zich dan ook op het standpunt om het verzoekschrift ongegrond te verklaren. 2De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen. Bij de toepassing van artikel 29f Sv staat het belang van de verzoeker voorop om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de tegen hem aangevangen en nog niet beëindigde strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie. De maatstaf bij de beoordeling van het verzoek is of in de zaak van de verzoeker, die nog niet formeel is geëindigd, niettemin gezegd kan worden dat de vervolging niet wordt voortgezet. De rechtbank stelt vast dat het Openbaar Ministerie inmiddels over is gegaan tot het dagvaarden van verzoeker en dat verzoeker inmiddels een datum in juni bekend is geworden waarop verzoeker voor de politierechter dient te verschijnen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat zich niet de situatie voordoet dat de vervolging niet wordt voortgezet en dat het verzoek dan ook moet worden afgewezen. 3De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot beëindiging van de strafzaak af. Deze beslissing is op 22 april 2022 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Luijten en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2022. De griffier J. van ’t Westende is niet in de gelegenheid deze beschikking mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.