← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:7005

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Belastingrecht zaaknummer: BRE 21/5022 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 november 2022 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar 1Inleiding 1.

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 19 oktober
  2. 1.
  3. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [aanslagnummer] (hierna: de naheffingsaanslag). 1.
  4. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. 1.
  5. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. 1.
  6. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  7. De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2022 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de heffingsambtenaar deelgenomen [heffingsambtenaar] . Belanghebbende is niet verschenen. De rechtbank heeft belanghebbende bij aangetekend verzonden brief van 21 september 2022 uitgenodigd voor de zitting. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres en is er op 22 september 2022 getekend voor de ontvangst. De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op de wettelijk voorgeschreven wijze is uitgenodigd. 2Feiten 2.
  8. Op 12 juni 2021 omstreeks 12:02 uur stond belanghebbendes auto, een Volkswagen met kenteken [kenteken] , geparkeerd aan de Noordhoekring in Tilburg. De Noordhoekring ligt in een zone waarvoor parkeerbelasting moet worden betaald. 2.
  9. Tijdens een controle op voornoemde datum en tijd heeft een parkeercontroleur vastgesteld dat belanghebbende geen parkeergeld heeft betaald. Naar aanleiding daarvan heeft hij aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 46,20, bestaande uit een bedrag van € 2,20 aan parkeerbelasting en € 44,00 aan kosten van de naheffingsaanslag. 2.
  10. Bij de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag gehandhaafd. 3Beoordeling door de rechtbank 3.
  11. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 3.
  12. Belanghebbende stelt dat geen sprake was van parkeren, maar van laden en/of lossen. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft belanghebbende een brief overgelegd van de gemeente Tilburg van 21 december 2011 waarin staat dat hij toestemming heeft gekregen om te laden en te lossen, aldus belanghebbende. 3.
  13. Volgens de heffingsambtenaar is de naheffingsaanslag terecht opgelegd omdat geparkeerd is zonder betaling van parkeerbelasting en geen sprake was van laden en/of lossen. 3.
  14. De rechtbank overweegt als volgt. 3.
  15. Anders dan belanghebbende stelt ziet de ontheffing die door de gemeente is verstrekt in de brief van 21 december 2011 niet op de heffing van parkeerbelasting maar op ontheffing van het verbod om de auto tot stilstand brengen op de stoep direct voor zijn woning. Met de overgelegde foto’s heeft de heffingsambtenaar gemotiveerd gesteld dat de naheffingsaanslag is opgelegd naar aanleiding van de constatering dat de auto in een parkeervak achter het tankstation stond. Dit tankstation is verderop gelegen. 3.
  16. Voor het gebruikmaken van een parkeervak is parkeerbelasting verschuldigd. Die was niet voldaan. Belanghebbende heeft verder geen gronden aangevoerd waaruit blijkt waarom geen parkeerbelasting is voldaan voor die betreffende plek. Voor zover belanghebbende heeft bedoeld te stellen dat het aldaar plaatsen van de auto samenhing met een handeling van laden en lossen dan is dat door de heffingsambtenaar voldoende gemotiveerd weersproken. Uit de foto’s die bij het verweerschrift zijn gevoegd is geen enkele activiteit waarneembaar die op laden en lossen duidt. 3.
  17. Het voorgaande betekent dat de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. 4Conclusie en gevolgen. Het beroep is ongegrond. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. 5Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Dondorp-Loopstra, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.M. de Fouw, griffier, op 23 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.