RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Bergen op Zoom Zaaknummer: 9795862 \ OV VERZ 22-2209 beschikking van 30 november 2022 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: mr. M. van der Veer, tegen 1. VERENIGING VAN (HOOFDAPPARTEMENTS)EIGENAARS GEBOUW " [VvE Gebouw] " TE [plaats], 2. VERENIGING VAN (ONDERAPPARTEMENTS)EIGENAARS PARKEERPLAATSEN " [VvE Gebouw] " TE [plaats], 3. VERENIGING VAN (ONDERAPPARTEMENTS)EIGENAARS WONINGEN EN BERGINGEN " [VvE Gebouw] " TE [plaats], alle gevestigd te [plaats] , verweersters, hierna te noemen: VvE Gebouw, VvE Parkeerplaatsen, VvE Woningen en samen als de VvE’s, gemachtigde: mr. C.G. Huijsmans. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het op 24 maart 2022 ontvangen verzoekschrift met producties 1 tot en met 13; de brief van 2 augustus 2022 van mr. Huijsmans met producties 1 tot en met 6; de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling gehouden op 3 augustus 2022; het verweerschrift; de aantekeningen van de griffier van de voortzetting van de mondelinge behandeling gehouden op 24 augustus 2022, alsmede de op deze mondelinge behandeling door mr. Van der Veer overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen. 1.2. Gelet op het bepaalde in artikel 5:130 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de griffier [verzoeker] , de andere stemgerechtigden en de VvE’s opgeroepen om op het verzoek te worden gehoord op de mondelinge behandeling van 3 augustus 2022. In de oproepingsbrieven voor de andere stemgerechtigden is abusievelijk vermeld dat de mondelinge behandeling zou plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Middelburg, terwijl die mondelinge behandeling werd gehouden in het gerechtsgebouw te Bergen op Zoom. Omdat de andere stemgerechtigden niet op de mondelinge behandeling zijn verschenen, is de mondelinge behandeling aangehouden. [verzoeker] , de andere stemgerechtigden en de VvE’s zijn vervolgens opgeroepen voor een voortzetting van de mondelinge behandeling. Die voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2022. 1.3. Na sluiting van de mondelinge behandeling is uitspraak bepaald. 2De feiten 2.1. Het complex “ [VvE Gebouw] ”, bestaande uit dertig parkeerplaatsen, achttien bergingen en veertien woningen, aan de [VvE Gebouw] te [plaats] is bij akte van hoofdsplitsing van 8 juli 2005 gesplitst in twee appartementsrechten. Daarbij is de hoofdvereniging VvE Gebouw opgericht. Het eerste appartemensrecht betreft de parkeerplaatsen. Het tweede appartementsrecht betreft de woningen en bergingen. Beide appartementsrechten zijn bij aktes van ondersplitsing van 8 juli 2005 verder ondergesplitst in appartementsrechten. Daarbij zijn respectievelijk de ondervereniging VvE Parkeerplaatsen en de ondervereniging VvE Woningen opgericht. 2.2. In de hoofdsplitsingsakte staat in artikel 34: “1. Stemgerechtigd zijn de eigenaars, onverminderd het bepaalde in artikel 5:123 derde lid van het Burgerlijk Wetboek. 2. Het maximum aantal in de vergadering uit te brengen stemmen bedraagt twee . Voor elk appartementsrecht wordt één stem uitgebracht. 3. In geval van ondersplitsing zal het stemrecht dat aan het in de ondersplitsing betrokken appartementsrecht toekomt, worden uitgebracht op de wijze en in de verhouding zoals bij de ondersplitsing is bepaald, met dien verstande dat de onderlinge verhouding tussen het stemrecht verbonden aan het ondergesplitste appartementsrecht en de andere appartementsrechten niet gewijzigd wordt. De vergadering kan in geval van ondersplitsing besluiten het aantal uit te brengen stemmen te verveelvoudigen, doch slechts onder handhaving van de onderlinge stemverhouding tussen de eigenaars als in de akte is bepaald. De stemmen voor het in de ondersplitsing betrokken appartementsrecht worden in de vergadering uitgebracht in de verhouding waarin de stemmen in de ondervereniging waren uitgebracht. Het bestuur van de ondervereniging oefent het stemrecht van het betrokken appartementsrecht in de vergadering uit.” en in artikel 37: “1. Alle besluiten waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is voorgeschreven worden genomen met volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen. (…) 4. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel, waarmede alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben betuigd. (…)” 2.3. [verzoeker] is eigenaar van appartementsrechten in het complex [VvE Gebouw] die recht geven op het gebruik van de woning aan de [adres verzoeker] , een berging en een parkeerplaats. Als eigenaar is [verzoeker] van rechtswege lid van de VvE Woningen en de VvE Parkeerplaatsen. Hij is ook, gezamenlijk met de andere leden van de VvE Woningen en de VvE Parkeerplaatsen, van rechtswege lid van de VvE Gebouw. 2.4. De besturen van de VvE’s (hierna in enkelvoud: het bestuur) worden gevormd door dezelfde bestuursleden; de heer [bestuurslid 1] en de heer [bestuurslid 2]. De vergaderingen van de VvE’s worden gezamenlijk gehouden. 2.5. Op de vergadering van de VvE’s op 15 september 2020 is het besluit genomen om 110 zonnepanelen op het dak van het complex te laten plaatsen door de firma Agrozon. Daarvan worden 44 zonnepanelen aangewend voor de VvE’s. De ruimte voor de resterende 56 zonnepanelen wordt verdeeld onder de eigenaars. Zij konden voor eigen rekening zonnepanelen kopen van Agrozon. 2.6. Het bestuur heeft vervolgens de behoefte aan zonnepanelen onder de eigenaars geïnventariseerd. 2.7. Bij brief van 11 maart 2021 heeft het bestuur aan de eigenaars bericht dat vanwege COVID-19 en de in verband daarmee genomen overheidsmaatregelen geen vergaderingen konden plaatsvinden. Het bestuur heeft in de brief toestemming gevraagd voor een aantal zaken, waaronder de vervanging van de dakbedekking van het complex. Zij heeft toegelicht dat bij een inspectie op het dak voor de zonnepanelen lekkages en ondeugdelijke lasnaden zijn geconstateerd. Het bestuur heeft drie oplossingen van de firma’s [bedrijf 1] en [bedrijf 2] voorgelegd, waarbij zij het voorstel heeft gedaan voor de oplossing om de dakbedekking te laten vervangen voor een nieuwe pvc dakbedekking door [bedrijf 1]. 2.8. Elf eigenaars zijn akkoord gegaan met het voorstel van het bestuur tot vervanging van de dakbedekking. Twee eigenaars, onder wie [verzoeker] , hebben het voorstel afgewezen. Eén eigenaar heeft niet gereageerd. Het bestuur heeft in een brief van maart 2021 de uitslag teruggekoppeld aan de eigenaars. Zij heeft daarin vermeld dat de dakbedekking kon worden vervangen. 2.9. Het bestuur heeft vervolgens een nieuwe pvc dakbedekking laten leggen door [bedrijf 1] en 133 zonnepanelen laten plaatsen op het dak door Agrozon. Daarvan zijn 42 zonnepanelen voor de VvE’s. De resterende ruimte voor 91 zonnepanelen is verdeeld onder de eigenaars. 2.10. [verzoeker] en het bestuur hebben gecorrespondeerd over de dakbedekking en de zonnepanelen. In die correspondentie heeft [verzoeker] gemeld dat een geldig besluit ontbrak voor het vervangen van de dakbedekking en voor het plaatsen en verdelen van de zonnepanelen. 2.11. Op verzoek van [verzoeker] zijn de hiervoor genoemde onderwerpen aan de orde gekomen op de vergadering van de VvE’s op 24 februari 2022. De vergadering heeft de vervanging van de dakbedekking goedgekeurd en zij heeft ook de plaatsing en verdeling van de zonnepanelen goedgekeurd. 3Het geschil 3.1. [verzoeker] verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: te verklaren voor recht dat het besluit genomen in maart 2021 over het (geven van toestemming tot het) vernieuwen van het dak met een nieuwe pvc-dakbedekking door [bedrijf 1], nietig is; te vernietigen – dan wel nietig te verklaren – de besluiten genomen op de vergadering van 24 februari 2022 over de dakbedekking en de zonnepanelen, zoals weergegeven onder randnummer 3 van de notulen van die vergadering; de VvE’s hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten, met rente. 3.2. [verzoeker] legt – samengevat – het volgende ten grondslag aan zijn verzoeken. Hij stelt dat het besluit van maart 2021 om het dak te vernieuwen nietig is op grond van artikel 2:14 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW). Het is namelijk genomen buiten de vergadering. Ingevolge artikel 37 lid 4 van de splitsingsakte is een besluit buiten de vergadering slechts geldig als alle eigenaars daarmee schriftelijk hebben ingestemd. Daarvan is geen sprake, aldus [verzoeker] . 3.3. Ten aanzien van de besluiten op de vergadering van 24 februari 2022 stelt [verzoeker] dat deze vernietigbaar zijn op grond van artikel 2:15 lid 1 sub a en b BW. Zij zijn in strijd met de splitsingsakte en de redelijkheid en billijkheid. Volgens [verzoeker] zijn de besluiten in strijd met de splitsingsakte, omdat bij de stemming geen onderscheid is gemaakt tussen een stem in de hoofdvereniging VvE Gebouw en een stem in de onderverenigingen VvE Parkeerplaatsen/VvE Woningen. [verzoeker] meent dat het besluit om het dak te vernieuwen in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, omdat de noodzaak daarvoor ontbrak. Het bestuur heeft niet aangetoond dat sprake was van een lekkage en zij heeft nagelaten inzicht te geven in de bevindingen van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] en hun offertes. Het besluit omtrent de zonnepanelen is volgens [verzoeker] ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De verdeling van de ruimte voor de zonnepanelen voor de eigenaars wijkt af van de breukdelen van de eigenaars. Er zijn meerdere eigenaars die aanspraak hebben op 6,663 plaatsen voor zonnepanelen. Daarvoor heeft de ene eigenaar 6 plaatsen gekregen, terwijl een andere eigenaar daarvoor 7 plaatsen heeft gekregen. Daarnaast is verzuimd om bij de berekening van de plaatsen de breukdelen in de parkeerplaatsen mee te nemen. Verder heeft het bestuur gemeld dat 42 zonnepanelen voldoende zou zijn om te voorzien in de elektriciteitsbehoefte van de VvE’s. Dat is niet het geval. Men had moeten vasthouden aan de oorspronkelijke 44 zonnepanelen en de extra ruimte voor zonnepanelen had men ook moeten inzetten voor de VvE’s. 3.4. De VvE’s voeren – voor zover van belang – het volgende verweer. De VvE’s betwisten dat het besluit van maart 2021 nietig is. Zij menen dat die brief is gelijk te stellen met de vergadervormen die de Tijdelijk wet COVID-19 Justitie en Veiligheid (Wet COVID-19) toestaat. Bovendien ontbreekt het belang voor [verzoeker] om zich op de nietigheid te beroepen, aangezien de vergadering op 24 februari 2022 het vernieuwen van het dak alsnog heeft goedgekeurd. Daarnaast weegt mee dat sprake was van een lekkage aan het dak, zodat het vernieuwen van de dakbedekking geen uitstel duldde. 3.5. De VvE’s betwisten ook dat de besluiten van 24 februari 2022 vernietigbaar zijn. Volgens de VvE’s is het niet vereist om vanuit de onderverenigingen VvE Parkeerplaatsen/VvE Woningen te stemmen. Daarnaast geldt dat als vanuit de onderverenigingen zou zijn gestemd, er evengoed een meerderheid voor de besluiten was. Met betrekking tot het dak stellen de VvE’s dat daarover een inhoudelijk debat is gevoerd op de vergaderingen. Er geldt geen verplichting om meerdere offertes of deskundigenoordelen over te leggen. Bovendien lagen de offertes bij het bestuur ter inzage voor de eigenaars. Daarvan heeft geen van de eigenaars gebruik gemaakt, ook [verzoeker] niet. Er was een noodzaak om het dak te vernieuwen, omdat het in een slechte staat verkeerde en er lekkages optraden. Het was niet zinvol om zonnepanelen op een slecht dak te plaatsen. Bij een reparatie moeten de zonnepanelen weer worden verwijderd. Dat brengt extra kosten met zich mee, aldus de VvE’s. Met betrekking tot de plaatsing van de zonnepanelen stellen de VvE’s dat 42 zonnepanelen voldoende is voor hun elektriciteitsbehoefte. Dat blijkt uit een berekening die in 2021 is uitgevoerd. De verdeling van de resterende ruimte voor zonnepanelen onder de eigenaars is gegaan volgens de breukdelen van de eigenaars. Toen bij het plaatsen van de zonnepanelen bleek dat er ruimte was voor zes extra zonnepanelen, is voor die ruimte een loting gehouden onder de eigenaars. 4De beoordeling Ontvankelijkheid van de verzoeken 4.1. De kantonrechter stelt voorop dat het verzoekschrift is ontvangen op 24 maart 2022. Het verzoek tot vernietiging van de besluiten van 24 februari 2022 is daarmee ingevolge artikel 5:130 lid 2 BW binnen de termijn van een maand ingediend en daarmee tijdig gedaan. Voor het verzoek tot nietigheid van het besluit van maart 2021 geldt geen vervaltermijn. 4.2. Op grond van artikel 2:14 BW is een besluit nietig, indien het in strijd is met de wet of de statuten. Volgens de wetsgeschiedenis wordt in het appartementsrecht met de statuten bedoeld de splitsingsakte en het reglement (MvA II, Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 5, p. 1103). Een besluit is krachtens artikel 2:15 lid 1 BW vernietigbaar wegens strijd met de wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen (sub a), wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist (sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.