RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/017493-22 rk.nummer: 22-002476 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager] geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] woonplaats kiezende ten kantore van mr. M.A. Buntsma, Delpratsingel 25, 4811 AP Breda hierna te noemen: klager. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 20 januari 2022 onder klager in beslag is genomen: een personenauto van het merk Seat Ibiza, grijs en voorzien van het [kenteken] (hierna: de personenauto). het klaagschrift, ingediend op 8 februari 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; het verweerschrift van de officier van justitie; en de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 16 mei
- Gehoord zijn de officier van justitie, mr. T. Kint en mr. M.A. Buntsma als gemachtigd raadsman van klager. Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat de auto eigendom is van klager. Gelet op het feit dat de verweten wederrechtelijke vrijheidsberoving uitsluitend is gebaseerd op de verklaring van aangever, is het naar de mening van klager hoogst onwaarschijnlijk dat klager zal worden veroordeeld en dat de auto verbeurd wordt verklaard. Het belang van strafvordering verzet zich tegen het handhaven van het beslag. De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat de auto niet kan worden teruggegeven aan klager omdat klager wordt verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving waarbij het slachtoffer in de auto van klager is vastgehouden. De officier van justitie acht het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, verbeurdverklaring zal bevelen. De raadsman heeft in raadkamer gepersisteerd bij zijn eerder ingenomen standpunt. 2De beoordeling De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. De rechtbank toetst dan ook niet of de bewijzen in de strafzaak tot een bewezenverklaring zouden kunnen leiden. De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag: a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv. De rechtbank stelt vast dat klager wordt verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving waarbij de personenauto van klager zou zijn gebruikt. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, verbeurdverklaring van de personenauto zal bevelen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag ongegrond verklaren. 3De beslissing De rechtbank verklaart: - het klaagschrift ongegrond. Deze beslissing is op 30 mei 2022 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. de Kroon, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei
- INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).