RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummers: BRE 21/5262 en 21/5263 beslissing van de enkelvoudige geheimhoudingskamer van 12 december 2022 in de zaak tussen [belanghebbende] , gevestigd te [plaats 1], belanghebbende (gemachtigde: [gemachtigde]), en de inspecteur van de belastingdienst, inspecteur. 1Het verzoek 1.1. De inspecteur heeft, met dagtekening 7 maart 2022, een verweerschrift ingediend. Verder heeft de inspecteur, bij afzonderlijke brief van eveneens 7 maart 2022 (de brief), een verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedaan. In de brief is het verzoek om geheimhouding toegelicht (de toelichting). Bij de brief heeft de inspecteur een gesloten enveloppe overgelegd met daarin, opgeslagen op een USB-stick, de deels geheimgehouden stukken. De rechtbank heeft een afschrift van het verweerschrift en van de brief aan de gemachtigde van belanghebbende (de gemachtigde) verstrekt. 1.2. De geheimgehouden stukken zijn als volgt te omschrijven: een geschoonde versie van het [proces-verbaal] met dossiernummer [dossiernummer] en met zaaknaam “[zaaknaam]” (het [proces-verbaal]); een geschoonde versie van het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te [plaats 2] d.d. [datum] met rolnummer [rolnummer] (het Belgische vonnis); een geschoonde versie van een e-mailbericht d.d. 31 maart 2021 van een [X]-medewerker aan de bezwaarbehandelaar (het e-mailbericht van 31 maart 2021); een geschoonde versie van het memo [belanghebbende] dossier [dossiernummer] “[zaaknaam]” d.d. 16 april 2021 (het memo); een geschoonde versie van interne e-mailberichten uit de periode maart tot en met mei 2021 van de Douane (de e-mailberichten van de Douane). Ten aanzien van alle stukken doet de inspecteur een beroep op geheimhouding van persoonsgegevens van (niet-)natuurlijke personen. Ten aanzien van het memo en de e-mailberichten van de Douane beroept de inspecteur zich tevens op de vrijheid en vertrouwelijkheid van intern beraad. 1.3. De gemachtigde heeft, bij brief van 1 juni 2022, gereageerd op het verzoek van de inspecteur. Daarbij heeft hij aangegeven dat de inspecteur allerlei stukken heeft overgelegd, waaronder deels geheimgehouden stukken, die geen op de zaak betrekking hebbende stukken zijn als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb (8:42-stukken). De gemachtigde heeft de geheimhoudingskamer verzocht om eerst vast te stellen of stukken überhaupt op de zaak betrekking hebben. Voorts heeft de gemachtigde aangegeven dat hij niet akkoord gaat met geheimhouding en dat hij dit graag nader toelicht tijdens een zitting. 1.4. De rechtbank heeft de gemachtigde bij brief van 21 juli 2022 geïnformeerd dat de beoordeling of een stuk is aan te merken als 8:42-stuk als uitgangspunt toebehoort aan de kamer die in de hoofdzaak beslist en dat in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd in de brief van 1 juni 2022 geen aanleiding wordt gezien om van dit uitgangspunt af te wijken. Verder heeft de rechtbank de gemachtigde, onder verwijzing naar een uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 april 2018, geïnformeerd dat de geheimhoudingskamer heeft besloten een mondelinge behandeling ter zitting achterwege te laten. De rechtbank heeft de gemachtigde in de gelegenheid gesteld om vóór 22 augustus 2022 schriftelijk te motiveren waarom volgens belanghebbende afwijzend moet worden beslist op het verzoek om geheimhouding. Op verzoek van de gemachtigde heeft de rechtbank de termijn voor de hiervoor bedoelde schriftelijke motivering verlengd tot 5 september 2022. 1.5. De gemachtigde heeft bij brief van 22 augustus 2022 gemotiveerd waarom deels afwijzend moet worden beslist op het verzoek om geheimhouding. Belanghebbende verzet zich niet tegen geheimhouding van persoonsgegevens van (niet-) natuurlijke personen, maar wel tegen het beroep op de vrijheid en vertrouwelijkheid van intern beraad. Ten aanzien van een aantal stukken is wederom gesteld dat het geen 8:42-stukken zijn. Tot slot merkt de gemachtigde op dat de geschoonde versie van de e-mailberichten van de Douane volgens de inspecteur als onderdeel 11 van bijlage 32 bij het verweerschrift is gevoegd, maar dat bijlage 32 bij het verweerschrift slechts 8 onderdelen telt. 1.6. Bij brief van 2 september 2022 heeft de inspecteur, betreffende de geschoonde versie van de e-mailberichten van de Douane, meegedeeld dat in het verzoek om geheimhouding abusievelijk is verwezen naar onderdeel 11 van bijlage 32 bij het verweerschrift, maar dat dit onderdeel 11 van bijlage 33 bij het verweerschrift moet zijn. 2Overwegingen Artikel 8:42 van de Awb 2.1. De geheimhoudingskamer verwijst naar de onderdelen 1.3 tot en met 1.5 van deze beslissing. De geheimhoudingskamer blijft bij het oordeel dat niet wordt afgeweken van het uitgangspunt dat de beoordeling of een stuk is aan te merken als 8:42-stuk toebehoort aan de kamer die in de hoofdzaak beslist. Ook in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd in de brief van 22 augustus 2022 wordt geen aanleiding gezien om van dit uitgangspunt af te wijken. In het onderstaande zal de geheimhoudingskamer er veronderstellenderwijs vanuit gaan dat de geheimgehouden stukken 8:42-stukken zijn. Dit dient ook de proceseconomie. Zou immers de geheimhoudingskamer oordelen dat geen sprake is van een 8:42-stuk en de hoofdkamer zou anders oordelen, dan zou opnieuw een geheimhoudingsprocedure moeten volgen. De hoofdkamer zal hierover een eindoordeel geven. Kader voor beoordeling artikel 8:29 van de Awb 2.2. De omstandigheid dat stukken behoren tot op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 8:42 van de Awb brengt niet automatisch mee dat die stukken (volledig) aan de andere partij ter kennis moeten worden gebracht. Het bepaalde in artikel 8:29 van de Awb biedt aan partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de mogelijkheid het overleggen van stukken te weigeren (geheimhouding) of de rechtbank mede te delen dat uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van deze stukken (beperkte kennisneming). 2.3. Het verschil tussen het honoreren van een verzoek om geheimhouding en het honoreren van een verzoek om beperking van kennisneming is als volgt: a. Geheimhouding: (delen van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.