← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:7538

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/1931 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2022 in de zaak tussen [naam verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. F. Sarrari), en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder. Procesverloop In het besluit van 12 oktober 2021 (primair besluit) heeft verweerder de studiefinanciering voor het jaar 2022 vastgesteld. In het besluit van 22 februari 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. In het besluit van 16 juni 2022 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en in plaats daarvan besloten het bezwaar ongegrond te verklaren. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft de rechtbank bij brief van 8 augustus 2022 meegedeeld voornemens te zijn de proceskosten in bezwaar ad € 541,- en in beroep ad € 759,- te vergoeden, alsmede het betaalde griffierecht van € 50,-. Verweerder heeft de rechtbank op 2 november 2022 bericht diezelfde dag opdracht te hebben gegeven tot het uitbetalen van voornoemde bedragen. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen en dat verweerder op 2 november 2022 opdracht heeft gegeven om tot uitbetaling van de gevraagde proceskosten over te gaan. Verzoeker heeft vervolgens zijn verzoek om vergoeding van de proceskosten niet ingetrokken in verband met het verkrijgen van een executoriale titel. Gesteld noch gebleken is dat verweerder op onjuiste wijze de proceskosten heeft vastgesteld of dat verzoeker de vergoeding niet heeft ontvangen. Het verzoek om verweerder bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten te veroordelen dient om deze reden te worden afgewezen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 9 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.