← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:7542

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/3634 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2022 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [woonplaats] (Servië), eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder, (gemachtigde: mr. M.N. Landzaad). Procesverloop In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aangifte van verhuizing binnen Tilburg. Verweerder heeft deze aangifte van verhuizing met het besluit van 10 februari 2021 afgewezen. Met het bestreden besluit van 23 juni 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Voordat aan de beoordeling van de inhoudelijke beroepsgronden tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar kan worden toegekomen, moet worden beoordeeld in hoeverre het beroep ontvankelijk is. Het is vaste rechtspraak dat een beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen. Verweerder heeft naar voren gebracht dat eiseres op 13 oktober 2021 een aangifte vertrek buitenland heeft gedaan, waaruit blijkt dat eiseres naar Servië is vertrokken. Eiseres heeft niet gereageerd op het bij brief aan haar adres in Servië gerichte verzoek om haar procesbelang toe te lichten. Nu eiseres niet meer in Nederland woonachtig is, komt de rechtbank tot de conclusie dat eiseres geen belang meer heeft bij de beoordeling door de rechtbank van de rechtmatigheid van het besluit van 23 juni 2021. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 9 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.