← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:7670

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/3370 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2022 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende (gesteld gemachtigde: [gemachtigde]), en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop Namens belanghebbende is tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 21 april 2022, betreffende de boetebeschikking bij de naheffingsaanslag omzetbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer], beroep ingesteld. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [gemachtigde] heeft bij het beroepschrift geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens [belanghebbende] Ook is er geen uittreksel uit handelsregister meegestuurd. De rechtbank heeft [gemachtigde] bij brief van 6 juli 2022 verzocht om binnen zes weken dit verzuim te herstellen. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 29 augustus 2022 met een laatste termijn van twee weken. Deze brieven bevatten de waarschuwing dat indien het verzuim niet tijdig wordt hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Bij e-mail van 1 september 2022 heeft [gemachtigde] aangegeven in verband met vakantie in de week van 26 september 2022 de ontbrekende gegevens te doen toekomen. Bij aangetekende brief van 2 september 2022 heeft de griffier uitstel verleend tot vier weken na de datum van verzending van die brief. Volgens gegeven van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief van 2 september 2022 afgeleverd op het door [gemachtigde] opgegeven adres. Bij brief van 28 september 2022 motiveert [gemachtigde] het beroep. Hierbij zijn echter geen machtiging en ook geen uittreksel uit het handelsregister overgelegd. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 16 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.