RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/4046 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2022 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende en De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Procesverloop Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte van motorrijtuigenbelasting over de periode 26 februari 2022 tot en met 25 mei 2022 over het motorrijtuig met kenteken [kenteken] . In de uitspraak op bezwaar van 2 september 2022 heeft de inspecteur het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. In de uitspraak op bezwaar is ook geoordeeld dat er geen aanleiding is om ambtshalve aan het bezwaar tegemoet te komen. Belanghebbende heeft hiertegen beroep ingesteld. Overwegingen Ontvankelijkheid beroep Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening 20 augustus 2022, ontvangen bij de rechtbank op 23 augustus 2022, beroep ingesteld. Het beroepschrift is daarmee prematuur. Aangezien belanghebbende een kopie van de uitspraak op bezwaar meestuurt, staat vast dat de uitspraak op bezwaar al wel was bekend gemaakt. Gelet op het bepaalde in artikel 6:10 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep daarmee ontvankelijk. Uitspraak op bezwaar Omdat het beroep kennelijk ongegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Awb maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk ongegrond is. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen op de dag na de dag van de voldoening, de inhouding of de afdracht. Een bezwaarschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Wanneer het bezwaarschrift met de post wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij verweerder is ontvangen. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Vast staat dat de voldoening, de inhouding of de afdracht op 28 april 2022 heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op 9 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.