RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Breda parketnummer : 02-034919-19 raadkamernummer : 22-008215 datum : 16 juni 2022 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het bezwaar op grond van artikel Wet DNA artikel 7 van: [veroordeelde] , geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J.J.J. van Rijsbergen advocaat te Breda, (Postbus 4650, 4803 ER Breda), hierna te noemen: de veroordeelde. Procedure Het bezwaarschrift is op 20 april 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De rechtbank heeft op 16 juni 2022 het bezwaar in besloten raadkamer behandeld. De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de veroordeelde, mr. J.J.J. van Rijsbergen en de officier van justitie in raadkamer gehoord. De veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Bezwaar Het bezwaar richt zich tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de veroordeelde. Namens veroordeelde is aangevoerd dat sprake is van een uitzondering zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder b van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden omdat redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de veroordeelde, gelet op de aard van het misdrijf of de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. Veroordeelde is veroordeeld voor een verbale bedreiging, hetgeen veroordeelde ontkent. Naar het oordeel van veroordeelde kan het DNA-profiel van de veroordeelde, gelet op de aard van het misdrijf, geen enkele rol van betekenis spelen in de bewijsvoering. Redenen waarom veroordeelde de rechtbank verzoekt het bezwaarschrift gegrond te verklaren en de officier van justitie te gelasten het afgenomen celmateriaal te vernietigen Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift ongegrond dient te worden verklaard, nu er geen sprake is van een uitzonderingssituatie. Veroordeelde is veroordeeld voor bedreiging. Bedreiging vindt op allerlei manieren plaats. Er zijn gevallen denkbaar waarin DNA-onderzoek van betekenis kan zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. Beoordeling Bij uitspraak van de politierechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juli 2020 is veroordeelde veroordeeld ter zake van, kort gezegd, bedreiging met zware mishandeling tot een geldboete van € 250,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.