RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5211 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2022 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats eiseres], eiseres en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder. Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek (aanvraag) van 29 januari 2021 om herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Als de betrokkene geen ingebrekestelling stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Verweerder ontkent in zijn verweerschrift van 17 juni 2022 de ontvangst van de ingebrekestelling. Eiseres heeft hier niet op gereageerd. Het is aan eiseres om te bewijzen dat zij de ingebrekestelling wel verstuurd heeft op 17 januari 2022 en dat verweerder de ingebrekestelling wel ontvangen heeft. Eiseres heeft in haar beroepschrift aangegeven dat zij de ingebrekestelling aangetekend heeft verstuurd. De rechtbank heeft in haar brief van 15 november 2022 aan eiseres gevraagd om binnen twee weken de ontvangstbevestiging van de aangetekende ingebrekestelling aan de rechtbank toe te sturen. Eiseres heeft dit niet gedaan. Eiseres heeft dus niet bewezen dat zij, voordat ze in beroep ging op 24 mei 2022, een ingebrekestelling heeft gestuurd en dat verweerder deze ontvangen heeft. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag, niet wegneemt dat verweerder inmiddels had moeten beslissen op de aanvraag van 29 januari 2021 en voor zover hij dit nog niet heeft gedaan dit zo spoedig mogelijk alsnog dient te doen. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 23 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.