← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:8099

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 10189500 \ CV EXPL 22-3442 Vonnis van 28 december 2022 in de zaak van 1CZ ZORGVERZEKERINGEN N.V.

  1. DE ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CZ GROEP U.A., beiden gevestigd te Tilburg, eisende partij, hierna gezamenlijk te noemen: “CZ”, gemachtigde: Flanderijn & van Eck, gerechtsdeurwaarders te Rotterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 22 september 2022 met producties; - de conclusie van antwoord; - de akte van CZ van 30 november 2022 met producties; - de antwoordakte van [gedaagde] van 14 december 2022 met 1 productie. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. CZ heeft met [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten. 2.
  5. CZ heeft -onder meer- de volgende facturen aan [gedaagde] in rekening gebracht: - [factuurnr. 1] ad € 57,45 betreffende aanvullende verzekering correctie NZ over de periode januari 2022 tot en met maart 2022; - [factuurnr. 2] ad € 134,50 betreffende zorgverzekering over de periode februari 2022; - [factuurnr. 3] ad € 22,10 betreffende aanvullende verzekering NZ over februari
  6. 2.
  7. CZ heeft [gedaagde] bij brief van 7 april 2022 tot betaling van een bedrag van € 214,24 gesommeerd. Tevens heeft CZ in deze brief aangezegd dat [gedaagde] bij niet tijdige betaling tevens de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,- aan CZ verschuldigd is. 2.
  8. De gemachtigde van CZ heeft [gedaagde] bij brief van 6 mei 2022 en per e-mail van 28 juli 2022 tot betaling van een bedrag van € 214,05, vermeerderd met rente en kosten gesommeerd. 3Het geschil 3.
  9. CZ vordert -samengevat- [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 255,30, te vermeerderen met de wettelijke rente over de openstaande hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening, alsmede [gedaagde] in de kosten van de procedure te veroordelen. CZ legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen door de aan hem in rekening gebrachte facturen (totaal bedragende € 214,05) niet, althans niet tijdig aan haar te voldoen. De buitengerechtelijke incassokosten van € 40,- worden gevorderd op grond van artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De wettelijke rente wordt gevorderd op grond van artikel 6:119 BW steeds vanaf de dag van opeisbaarheid van de respectievelijke facturen tot aan de dag van de algehele voldoening. 3.
  10. [gedaagde] voert verweer tegen de medegevorderde rente en kosten. 3.
  11. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  12. Nu [gedaagde] de verschuldigdheid van de gevorderde hoofdsom van € 214,05 niet heeft weersproken is dit bedrag in zoverre toewijsbaar. 4.
  13. [gedaagde] maakt bezwaar tegen de medegevorderde rente en kosten. [gedaagde] acht het niet gerechtvaardigd dat hij deze bedragen aan CZ verschuldigd is, gelet op zijn verzoek tot uitstel van betaling en de omstandigheid dat hij met diverse schuldeisers, waaronder CZ, een betalingsregeling is overeengekomen. 4.
  14. Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de persoonlijke situatie van [gedaagde] en zij ook ziet dat [gedaagde] zich inspant om eerdere betalingsachterstanden af te lossen zullen de medegevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten wel worden toegewezen. Daartoe wordt het volgende overwogen. 4.
  15. CZ heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde] de premieachterstand tot en met mei 2022, waarvan onderhavige vordering onderdeel uitmaakt, niet aan CZ heeft voldaan. Ook niet nadat CZ op verzoek van [gedaagde] aan hem uitstel van betaling had verleend tot en met 17 juni
  16. Tevens staat tussen partijen vast dat ten aanzien van onderhavige vordering geen betalingsregeling tot stand is gekomen. Het staat CZ in zoverre ook vrij om al dan niet met [gedaagde] een betalingsregeling te treffen. Bovendien heeft CZ onvoldoende weersproken gesteld [gedaagde] ook niet op de in 2.
  17. en 2.4 genoemde sommatiebrieven van (de gemachtigde van) CZ heeft gereageerd. 4.
  18. [gedaagde] is bij niet tijdige betaling op grond van het bepaalde in artikel 6:119 BW de wettelijke rente over de facturen verschuldigd steeds vanaf de dag van opeisbaarheid daarvan. De gevorderde (vervallen) wettelijke rente is in zoverre dan ook toewijsbaar. 4.
  19. CZ maakt voorts aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. CZ heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag van € 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten komt ook overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal tevens worden toegewezen. 4.
  20. Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom inclusief vervallen rente tot dagvaarding € 215,30 - buitengerechtelijke incassokosten € 40,00 + totaal € 255,30 4.
  21. [gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van CZ als volgt vastgesteld: - kosten van de dagvaarding € 129,74 - griffierecht € 128,00 - salaris gemachtigde € 112,50 (1,50 punt × € 75,00) Totaal € 370,24 5De beslissing De kantonrechter 5.
  22. veroordeelt [gedaagde] om aan CZ te betalen een bedrag van € 255,30, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 214,05, met ingang van 22 september 2022, tot de dag van volledige betaling; 5.
  23. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van CZ tot dit vonnis vastgesteld op € 370,24, 5.
  24. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.