← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:8171

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Breda zaaknummer / rolnummer: C/02/402653 / HA ZA 22-569 Vonnis van 23 november 2022 in de zaak van MR. [naam curator] , in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Duurzaamheidscentrum Nederland B.V., zaakdoende te [plaats] , eiser, advocaat mr. D.A.A. van Elsacker te Breda, tegen [gedaagde] , wonende op een geheim adres in de gemeente [gemeentenaam] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 12 oktober 2022 met producties genummerd 1 tot en met 7; het tegen gedaagde verleende verstek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. Eiser vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 1.221,49 (€ 314,00 griffierecht, € 563,00 salaris advocaat en € 344,49 explootkosten). 2.
  4. Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.
  5. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op: - dagvaarding € 129,74 - griffierecht 987,00 (€ 1.301,00 minus 314,00) - salaris advocaat 1.114,00 (1,0 punt × tarief € 1.114,00) Totaal € 2.230,74 2.
  6. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld. 3De beslissing De rechtbank: 3.
  7. veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 53.713,97: te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 52.414,82 met ingang van 18 maart 2012 tot de dag van volledige betaling; tevens te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 1.299,15 met ingang van 12 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling; 3.
  8. veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.221,49; 3.
  9. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 2.230,74; 3.
  10. veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak; 3.
  11. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  12. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.