← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:8212

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: / rk-nummer: 22-022179 Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f (voorheen 36) van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 29f van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 23 september 2022, in de zaak: [verzoeker] geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] woonplaats kiezende ten kantore van mr. J.J.J. van Rijsbergen, Postbus 4650 te 4803 ER Breda. Verzoeker is [verzoeker] voornoemd. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het verzoekschrift ex artikel 29f Sv; de schriftelijke reactie van de officier van justitie. Op 7 december 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. A.C.M. Tönis, gemachtigd waarnemend advocaat van verzoeker, gehoord. Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoekschrift verschenen. Namens verzoeker is aangevoerd dat hij in de zaak met kenmerk ZB4R016008 op 10 april 2019 is gehoord als verdachte terzake oplichting. Na het verhoor heeft verzoeker niets meer van de zaak vernomen. Inmiddels is de zaak meer dan 3,5 jaar oud. Verzoeker wordt door het voortduren van deze in zijn ogen onterechte verdenking in zijn belangen geschaad. Het is in zijn belang dat de zaak is geëindigd. Verzoeker vraagt de rechtbank de strafzaak tegen hem als beëindigd te verklaren. In raadkamer heeft de advocaat te kennen gegeven dat onderhavig verzoekschrift per abuis tweemaal is ingediend. Het eerder ingediende verzoekschrift ex artikel 29f Sv in onderhavige zaak is op 21 november 2022 in raadkamer behandeld. Dit verzoek is bij beslissing van 5 december 2022 afgewezen. Een beoordeling op onderhavig verzoekschrift is derhalve niet noodzakelijk. De officier van justitie heeft in raadkamer te kennen gegeven dat de eerder verzochte stukken door de rechtbank niet beschikbaar zijn, omdat deze gevoegd zijn in de stukken bij het verzoekschrift ex artikel 29f Sv waarop reeds is beslist. 2De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen. Uit hetgeen door de advocaat in raadkamer naar voren is gebracht blijkt dat het verzoekschrift per abuis tweemaal is ingediend en dat op het verzoek reeds door de rechtbank is beslist. Gelet daarop kan een inhoudelijke beoordeling van het verzoekschrift bij gebrek aan belang bij verzoeker achterwege blijven. De rechtbank zal verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoekschrift. 3De beslissing De rechtbank - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoekschrift. Deze beslissing is op 21 december 2022 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.