RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/063826-22 rk.nummer: 22-007240 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klaagster] geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] woonplaats kiezende ten kantore van mr. R.A.H. van de Huijgevoort, Tivolistraat 30, 5017 HR Tilburg. hierna te noemen: klaagster. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 21 maart 2022 onder klaagster in beslag is genomen: een personenauto van het merk Mini Cooper, grijs en voorzien van het [kenteken] (hierna: de auto); het klaagschrift, ingediend op 7 april 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; het verweerschrift van de officier van justitie; en de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 27 juli 2022. Gehoord zijn de officier van justitie mr. J. Castelein, klaagster en mr. R.A.H. van de Huijgevoort als raadsman. Klaagster is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift aanwezig geweest. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klaagster. Daartoe is aangevoerd dat klaagster eigenaar is van de inbeslaggenomen Mini Cooper met [kenteken] . Het strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag ontbreekt. Het voortduren van het beslag is in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Klaagster werkt fulltime in Vught en heeft daarvoor haar auto nodig. Voorts woont haar hulpbehoevende moeder in België. Klaagster dient haar regelmatig te bezoeken en naar het ziekenhuis te brengen. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er in de woning van klaagster een hennepkwekerij is aangetroffen. Er is een berekening gemaakt van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het is niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, aan klaagster een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen. In aanvulling op het klaagschrift heeft de raadsman aangevoerd dat er weinig aanwijzingen zijn voor een eerdere oogst. Gelet hierop is het hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, aan klaagster een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen. 2De beoordeling De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend en klaagster is ontvankelijk in het klaagschrift. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het conservatoir beslag dat is gelegd op grond van artikel 94a Sv als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 r.o. 2.14, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94a, eerste of tweede lid, Sv gelegd beslag te onderzoeken: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.