RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: - rk.nummer: 22-006750 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager] geboren op [geboortedag] 1969 [geboorteplaats] ,woonplaats kiezende ten kantore van mr. drs. B. Hartman, H.J.E. Wenckebachweg 150-D, 1114 AD Amsterdam-Duivendrecht hierna te noemen: klager. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 23 maart 2022 in het strafvorderlijk onderzoek tegen [naam 1] in beslag is genomen: een personenauto van het merk, Mercedes-Benz, type, A35 AMG en voorzien van [kenteken] . het klaagschrift, ingediend op 31 maart 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; het verweerschrift van de officier van justitie; de beslissing tot heropening van het onderzoek in raadkamer van 27 juni 2022; en de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. De behandeling van het klaagschrift in raadkamer is hervat op 22 juli 2022. Gehoord zijn de officier van justitie en mr. B. Hartman als gemachtigd raadsman van klager. Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Namens klager is aangevoerd dat er op 23 maart 2022 conservatoir beslag is gelegd op een aan klager toebehorend voertuig (Mercedes-Benz A35 AMG, [kenteken] ) in het strafrechtelijk onderzoek naar zijn zoon [naam 1] . Gedurende zijn verhoor bij politie en justitie heeft de zoon van klager verklaard dat de betreffende auto aan klager toebehoort. [naam 1] mag enkel van het voertuig gebruik maken wanneer klager niet in Nederland verblijft. Klager heeft het voertuig op 9 februari 2022 aangeschaft en deze op naam van zijn ex-partner ( [naam 2] ) laten zetten. Dit omdat klager woonachtig is in België. Het Openbaar Ministerie weigert de auto aan klager te retourneren. Klager wordt bezwaard door de inbeslagname. De auto vertegenwoordigt een grote financiële waarde, is eigendom van klager en klager wenst over de auto te kunnen beschikken. Klager verzoekt de rechtbank om zijn klaagschrift gegrond te verklaren onder teruggave van de auto aan klager. De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat de auto niet geretourneerd kan worden aan klager. Het Openbaar Ministerie is de mening toegedaan dat belanghebbende [naam 1] als redelijkerwijs rechthebbende dient te worden beschouwd nu uit meerdere bevindingen blijkt dat belanghebbende zich als feitelijk eigenaar van de auto gedroeg. Zo wordt belanghebbende meerdere malen gezien als bestuurder van de auto en betaalt hij de rekeningen. Het klaagschrift dient daarom ongegrond te worden verklaard. Naar aanleiding van de door het Openbaar Ministerie na de heropening van het onderzoek in raadkamer toegevoegde stukken is de raadsman van klager de mening toegedaan dat klager onomstotelijk heeft aangetoond dat de auto aan klager toebehoort. Het Openbaar Ministerie heeft nagelaten enig nader onderzoek te verrichten naar de door klager gedane uitlatingen ter zake de herkomst van de auto, de gelden die voor de auto zijn gebruikt en de feiten en omstandigheden met betrekking tot de invoer, reparaties en gebruikmaking van de auto. De raadsman van klager is tevens van mening dat het Openbaar Ministerie (zeer) selectief is omgegaan met het toevoegen van stukken aan het raadkamerdossier en dat het Openbaar Ministerie met de toegevoegde stukken klager in een kwaad daglicht wil stellen. De officier van justitie acht de uitlatingen van de raadsman van klager aangaande de opmerkingen over het toevoegen van de stukken nergens op gebaseerd. Klager is inmiddels zelf onderwerp van strafrechtelijk onderzoek geworden. De door klager gedane uitlatingen over de feiten en omstandigheden omtrent de auto sterken het Openbaar Ministerie in de gedachten dat de auto feitelijk aan [naam 1] toebehoort als redelijkerwijs rechthebbende en dat er diverse gelden van criminele herkomst zijn gebruikt om de aankoop van de auto mogelijk te maken. Het klaagschrift dient ongegrond te worden verklaard. 2De beoordeling De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het conservatoir beslag dat is gelegd op grond van artikel 94a Sv als volgt. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654 r.o. 2.14, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94a, eerste of tweede lid, Sv gelegd beslag te onderzoeken: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.