← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:8347

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Middelburg parketnummer: 02-298630-21 rk-nummer: 22-002034 Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 1 februari 2022, in de zaak: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] , woonplaats kiezend op het kantoor van mr. M.C. Geijtenbeek, advocaat te Goes (Frans den Hollanderlaan 25, 4461 HL Goes), hierna te noemen: de verzoeker. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:  het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv en 533 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van € 5.986,59, wegens: € 288,59, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; immateriële schade van in totaal € 5000,00; te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; de kennisgeving sepot van 3 november 2021; de schriftelijke reactie van de officier van justitie. Op 7 juli 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. G. Smid, verzoeker en mr. M.C. Geijtenbeek gehoord. Tijdens de behandeling van de zaak in raadkamer heeft verzoeker zijn verzoekschrift zodanig gewijzigd dat gevorderd wordt aan materiële schade een bedrag van € 575,00, zijnde de schade aan de deur veroorzaakt door het optreden van de politie en een bedrag van € 1200,00 zijnde schade wegens betaling van 3 maanden huur zonder gebruik te kunnen maken van de woning. Een bedrag van € 3225,00 wordt gevorderd als immateriële schade. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de posten rechtsbijstand, schade aan de deur door politieoptreden en de forfaitaire vergoeding voor het indienen van het verzoekschrift en de behandeling ter terechtzitting toewijsbaar zijn. De gevraagde vergoeding voor de betaalde huur aan het pand en de immateriële schade zijn niet toewijsbaar en dienen afgewezen te worden. 2De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd. Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman. Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 288,59, is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank niet onbillijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. Voor toekenning van wat overig is verzocht acht de rechtbank geen gronden aanwezig. De verzochte vergoeding voor de kosten van schade aan de deur door het politieoptreden, de kosten voor 3 maanden huurbetaling en de immateriële schadevergoeding vallen niet onder de reikwijdte van artikel 530 Sv of artikel 533 Sv en dienen daarom te worden afgewezen. Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend. 3De beslissing De rechtbank kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 968,59. bestaande uit: - € 288,59 aan kosten van rechtsbijstand; - € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; wijst het meer of anders verzochte af; bepaalt dat een bedrag van € 968,59 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Olie en de Jonge Advocaten, onder vermelding van “ [naam] ”. Deze beslissing is op 21 juli 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2022. De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing ex artikel 533 en ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.