← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:8388

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: onbekend rk-nummer: 22-009413 Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 22 april 2022, in de zaak: [verzoeker] geboren op [geboortedag] 1989 te onbekend woonplaats kiezende ten kantore van mr. J.T.A. van Schaik, Ouderzijds Voorburgwal 247-B 1012 EZ Amsterdam Verzoeker is [verzoeker] voornoemd. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:  het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 503,36, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;  de schriftelijke reactie van de officier van justitie. Op 31 augustus 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. R. in ’t Veld en mr. J.T.A. van Schaik als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord. Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen. Namens verzoeker is aangevoerd dat de strafzaak is geseponeerd. Verzocht wordt een vergoeding van de kosten rechtsbijstand ter hoogte van € 503,36 toe te wijzen. Voorts vraagt verzoeker de forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. In aanvulling op het verzoekschrift heeft de advocaat aangevoerd dat hij geen aanleiding heeft gezien om aan te nemen dat er geen sprake is geweest van een strafzaak. De advocaat stelt zich op het standpunt dat de zaak is geëindigd middels een sepot. In raadkamer heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat uit het proces-verbaal van 28 augustus 2019 is gebleken dat niemand als verdachte is aangemerkt. Daarbij komt dat niet is gebleken dat verzoeker als verdachte is verhoord. Er is geen sprake geweest van een strafzaak. Om die reden dienen de gevraagde vergoedingen te worden afgewezen.

  1. De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. Een verdachte komt alleen in aanmerking van een vergoeding op grond van artikel 530 en 533 Sv indien een zaak tegen de gewezen verdachte is geëindigd zonder oplegging van een straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Uit het raadkamerdossier en hetgeen in raadkamer is besproken blijkt dat er nooit een strafzaak tegen verzoeker aanhangig is geweest. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal van het aantreffen van de hennepkwekerij van 28 augustus 2019, dat er niemand als verdachte is aangemerkt. Nu verzoeker niet is aangemerkt als verdachte in een strafzaak op basis van onderhavig dossier, is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een zaak van een gewezen verdachte. De rechtbank zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. 3De beslissing De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoekschrift. Deze beslissing is op 28 september 2022 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. de Kroon, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september
  2. De griffier is niet in de gelegenheid deze beschikking mede te ondertekenen. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.