beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Breda zaaknummer / rekestnummer: C/02/399571 / HA RK 22-144 Beschikking van 26 september 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoekster01] , gevestigd te [vestigingsplaats01] , verzoekster, advocaat mr. E.C.G. van Loon te Etten-Leur, en overige KAMER VAN KOOPHANDEL , gevestigd te Eindhoven, belanghebbende, niet verschenen. 1 Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift tot herroeping ontbindingsbesluit, ter griffie ingekomen op 15 juli 2022, met producties genummerd 1 tot en met 11; - de brief van 28 juli 2022 van mr. Van Loon; - de aangetekende brief d.d.2 augustus 2022 van deze rechtbank aan de Kamer van Koophandel. 2 Het verzoek 2.1. Verzoekster verzoekt de rechtbank om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor recht te verklaren dat het besluit van de buitengewone vergadering van aandeelhouders van verzoekster van 3 november 2009 tot ontbinding van verzoekster is herroepen. 2.2. Verzoekster stelt – samengevat – het volgende. Bij besluit van de algemene vergadering van 3 november 2009 is verzoekster ontbonden. Per 17 juni 2010 is zij uit het handelsregister uitgeschreven. Verzoekster exploiteerde een onderneming in visproducten. Ten tijde van het ontbindingsbesluit heeft zij het bestaan van een debiteur per ongeluk over het hoofd gezien. Deze debiteur wenst nu slechts tot betaling over te gaan als verzoekster eerst het destijds door haar gelegde beslag op onroerende zaken opheft. Om uitvoering te kunnen geven aan het opheffen van het beslag, dient het ontbindingsbesluit te worden herroepen. Verzoekster is, door het bestaan van de vordering die nog niet is vereffend, blijven bestaan. Op 7 juli 2022 heeft verzoekster een herroepingsbesluit genomen met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en haar statuten. Verzoekster heeft, zoals blijkt uit de accountantsverklaring per 31 januari 2010 al haar schulden voldaan, met uitzondering van de rekening-courantverhouding met de aandeelhouder en heeft geen activiteiten meer ontplooit. Er hebben dan ook geen financiële mutaties meer plaatsgevonden sinds 31 januari 2010 en er zijn geen derden bekend die nadeel van de herroeping zouden kunnen ondervinden, aldus verzoekster. 3 De beoordeling 3.1. De rechtbank overweegt als volgt. Het verzoek tot herroeping van het ontbindingsbesluit is niet bij wet geregeld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2014 (ECLI:NL:HR: 2014:3677) is herroeping in beginsel mogelijk. Wel moet aan de herroeping de voorwaarde worden gesteld dat daardoor in de omstandigheden van het geval geen afbreuk wordt gedaan aan de eisen van rechtszekerheid en de rechten en belangen van derden. Voor de herroeping van een ontbindingsbesluit dient volgens de Hoge Raad in ieder geval te zijn voldaan aan de volgende vereisten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.