← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2022:8632

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Afdeling Insolventies – meervoudige kamer Zittingsplaats Breda Beschikking op het verzoek tot het afgeven van een machtiging voor het verrichten van een rechtshandeling ex artikel 42a Faillissementswet (Fw) en op het verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw uitspraakdatum: 20 december 2022 rekestnummers: 404264 HO RK 22/678, 404265 HO RK 22/679, 404266 HO RK 22/680, 404267 HO RK 22/681, 404268 HO RK 22/682 ingediend door

  1. [bedrijf01] B.V., hierna ook te noemen [bedrijf01] ,
  2. [bedrijf02] B.V., hierna ook te noemen [bedrijf02] ,
  3. [bedrijf03] B.V., hierna ook te noemen [bedrijf03] ,
  4. [bedrijf04] B.V., hierna ook te noemen [bedrijf04] ,
  5. [bedrijf05] B.V., hierna ook te noemen [bedrijf05] , alle gevestigd en kantoorhoudende te [postcode01] [plaats01] , [adres01] , en
  6. [bedrijf06] B.V., hierna ook te noemen [bedrijf06] , gevestigd en kantoorhoudende te [postcode02] [plaats02] , [adres02] , hierna samen ook te noemen: verzoeksters, advocaat: mr. F.F.A. Smetsers. 1 De procedure 1.
  7. Verzoeksters hebben op 8 december 2022 een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd. 1.
  8. Bij verzoekschrift van 12 december 2022 is verzocht machtigingen af te geven als bedoeld in artikel 42a Fw. Deze verzochte voorzieningen betreffen - kort weergeven - het verkopen en leveren van het onroerend goed van [bedrijf01] aan [bedrijf07] B.V. Met de opbrengst daarvan zal de vordering van de Rabobank gedekt door hypotheek worden afgelost en het surplus zal worden doorgeleend aan [bedrijf03] , [bedrijf06] en [bedrijf04] . Dit zal vorm moeten krijgen door het sluiten van leningovereenkomsten door [bedrijf01] met [bedrijf03] , [bedrijf06] en [bedrijf04] , die daar zekerheidsrechten tegenover zullen stellen ten behoeve van [bedrijf01] . Daarnaast is verzocht een afkoelingsperiode af te kondigen voor een periode van vier maanden overeenkomstig het bepaalde in artikel 376 Fw. 1.
  9. De verzoeken zijn op 15 december 2022 in raadkamer behandeld in aanwezigheid van mr. F.F.A. Smetsers, voornoemd, zijn kantoorgenoot mr. T. Broer, de heer [naam01] , indirect bestuurder van verzoeksters, dhr. [naam02] , financieel directeur bij [bedrijf07] B.V., en mr. [naam03] , juridisch adviseur bij verzoeksters en [bedrijf07] B.V. Bij die gelegenheid hebben de aanwezigen de verzoeken nader toegelicht, vragen van de rechtbank beantwoord en inlichtingen verstrekt. 2 De beoordeling 2.
  10. De rechtbank stelt vast dat de onderhavige verzoeken de eerste verzoeken zijn die verzoeksters aan de rechtbank hebben voorgelegd na het deponeren van de startverklaringen. Dat betekent dat de rechtbank thans dient vast te stellen voor welk soort akkoordprocedure als bedoeld in artikel 369 lid 6 Fw is gekozen bij de voorbereiding van het akkoord. Tevens dient de rechtbank te beoordelen of aan haar rechtsmacht en relatieve bevoegdheid toekomen om van het verzochte kennis te nemen. 2.
  11. Verzoeksters hebben de keuze gemaakt voor een besloten akkoordprocedure. De verzoeken zijn daarom in raadkamer behandeld. Zij hebben verklaard dat zij binnen twee maanden een akkoord zullen aanbieden aan hun schuldeisers. 2.
  12. [bedrijf01] , [bedrijf02] , [bedrijf03] , [bedrijf04] en [bedrijf05] zijn statutair gevestigd te [plaats01] en [bedrijf06] te [plaats02] . Op grond van artikel 369 lid 7 sub b Fw jo artikel 3 Rv jo artikel 1:10 lid 2 BW heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is op grond van artikel 369 lid 8 Fw relatief bevoegd de verzoeken in behandeling te nemen. 2.
  13. Ter zitting is bepaald dat heden een kop/staart of een gemotiveerde beschikking zal worden gewezen. De rechtbank wijst heden een kop/staart beschikking. De motivering van onderstaande beslissing volgt in een later stadium. 3 De beslissing De rechtbank - wijst de verzoeken tot het afgeven van een machtiging voor het verrichten van een rechtshandeling ex artikel 42a Fw en het verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 af. Deze beschikking is gegeven door mr. Prenger-de Kwant, voorzitter, mr. De Vos en mr. Leppens, rechters, in aanwezigheid van Schipper-Heijmans, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. Prenger-de Kwant op 20 december 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.