RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Breda zaak/rolnr.: 6491122 CV EXPL 17-5435 vonnis d.d. 4 mei 2022 inzake [eiseres] , wonende te [plaats] , eiseres, gemachtigde: mr. M. Beljaars, advocaat te Tilburg, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rajapack Benelux B.V., gevestigd en kantoorhoudende te (4817 ZG) Breda, Minervum 7439-C-D, gedaagde, gemachtigde: mr. H.Th. Vos, advocaat te Den-Haag. Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres] ” respectievelijk “Rajapack”. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: a. het tussenvonnis van 9 juni 2021 en de daarin genoemde processtukken; b. het deskundigenbericht van [deskundige 1] ; c. de conclusie na deskundigenrapport van [eiseres] ; d. de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Rajapack met producties; e. de akte uitlaten producties van [eiseres] . 2De verdere beoordeling 2.1 Bij tussenvonnis van 9 juni 2021 is de heer dr. [deskundige 1] (hierna: [deskundige 1] ) tot deskundige benoemd. [deskundige 1] heeft een rapport opgesteld ter beantwoording van de vragen dat hij op 22 september 2021 heeft gedeponeerd. 2.2 [deskundige 1] verklaart in het rapport dat de kans dat een midden volume printer in algemene zin nieuwe luchtwegklachten passend bij astma of BHR bij een willekeurig iemand ontwikkelt tussen de 10-15% is en bij individuen met al pre-existente asymptomatische BHR ongeveer 25-40% is. Verder verklaart [deskundige 1] dat de kans dat astma/BHR bij [eiseres] is veroorzaakt door blootstelling aan een midden volume printer gedurende drie maanden op grond van het klachtenbeloop en de later aangetoonde BHR erg waarschijnlijk is en hij schat die kans op 80-90%. Hij schat de kans dat de aangetoonde BHR is veroorzaakt door roken op minder dan 5% en door genetische aanleg ook op minder dan 5%. Hij verklaart dat [eiseres] geen allergische constitutie heeft, maar psoriasis en dat geen rol speelt bij het ontstaan van astma. Verder dat in de familie van [eiseres] geen astma voorkomt, althans niet bewezen en er mogelijk wel chronische bronchitis voorkomt, maar dat ook geen rol van betekenis speelt bij het ontstaan van de klachten en de BHR. Als onbekende andere oorzaken noemt [deskundige 1] dat late onset astma een bijkomende factor kan zijn gezien de leeftijd van [eiseres] in 2008 (die toen 52 jaar was) en tussen 5 tot 10% kan hebben bijgedragen. Het BMI van [eiseres] past volgens [deskundige 1] bij obesitas, maar omdat de gewichtstoename van de laatste jaren is gaat hij ervan uit dat obesitas geen rol heeft gespeeld bij het ontstaan van de klachten. Verder verklaart hij dat luchtvervuiling een rol kan spelen bij astma maar directe causale verbanden nog niet zijn aangetoond en de eventuele blootstelling aan fijnstof en ozon in de buitenlucht minder dan 5% een rol kan hebben gespeeld. 2.3 [eiseres] heeft in haar conclusie na het deskundigenrapport geen bezwaren geuit tegen het deskundigenbericht. Rajapack heeft bij conclusie na deskundigenbericht wel bezwaren ingebracht tegen het deskundigenbericht. De kantonrechter zal hierna ingaan op de door Rajapack naar voren gebrachte bezwaren. 2.4 Rajapack vraagt zich af of er wel een voldoende uitgebreide anamnese heeft plaatsgevonden omdat [eiseres] bij [deskundige 1] enkel een consult heeft gehad van ruim een half uur en of het overgelegde medische dossier van [eiseres] wel compleet is. Deze vragen heeft Rajapack echter ook reeds aan [deskundige 1] voorgelegd en die is daar uitgebreid op ingegaan in de commentaarronde concept-rapport. De kantonrechter acht de motivering van [deskundige 1] voldoende onderbouwd en ziet geen aanleiding hiervan af te wijken, zodat op deze bezwaren niet meer zal worden ingegaan. Rajapack verwijst bij haar bezwaren herhaaldelijk naar het rapport van [deskundige 2] die tot andere conclusies was gekomen, maar daaraan wordt voorbij gegaan nu bij tussenvonnis van 17 februari 2021 - na bezwaren van beide partijen - is geoordeeld dat het rapport van [deskundige 2] niet voldoet en niet bruikbaar is in de procedure. [deskundige 1] heeft de verwijzingen door Rajapack naar het rapport van [deskundige 2] terecht buiten beschouwing gelaten. 2.5 Rajapack voert aan dat [deskundige 1] zich ten onrechte niet de vraag heeft gesteld of in het geval van [eiseres] wel sprake is van relevante blootstelling in de zin van de MAC waarde (maximaal aanvaardbare concentraties). Die vraag is echter niet voorgelegd aan [deskundige 1] , maar allereerst of blootstelling aan schadelijke stoffen van een midden volume printer in algemene zin astma of BHR veroorzaken en daarop heeft [deskundige 1] geantwoord. Ook is [deskundige 1] niet gevraagd het model printer te verifiëren, zodat ook aan dit bezwaar van Rajapack voorbij wordt gegaan. De kantonrechter merkt nog op dat eerder tussen partijen enkel in discussie was of er meer dan 5.000 prints per maand werden gemaakt met de betreffende printer (van het merk Kyocera) en daardoor sprake is van een midden volume printer die volgens de Arbo richtlijnen altijd in een aparte ruimte dient te worden geplaatst. 2.6 De kantonrechter gaat verder voorbij gaan aan de herhaalde verwijten van Rajapack dat [deskundige 1] de genoemde percentages (bij de kans dat astma/BHR veroorzaakt is door de printer bij Rajapack, door het roken, door genetische aanleg, door late onset astma en door luchtvervuiling) niet heeft onderbouwd. [deskundige 1] geeft namelijk steeds aan op basis waarvan hij tot een bepaald percentage komt en daarnaast betreffen het schattingen. Wel heeft Rajapack terecht opgemerkt dat [deskundige 1] per e-mail informatie heeft ingewonnen bij de heer [naam] en in de e-mailwisseling verwezen wordt naar referentie 14 waarvan niet duidelijk is wat daarmee bedoeld is. Ook blijkt uit die e-mailwisseling dat [deskundige 1] stelt dat er 800 pagina’s per dag werden geprint met de betreffende printer, terwijl bij tussenvonnis van 20 november 2019 onder 2.7 en 2.8 is overwogen dat het aantal prints van de twee printers afgerond 11.000 dan wel 10.273 waren en dat komt bij gelijkelijk gebruik van de twee printers neer op (uitgaande van de door Rajapack genoemde 20 werkdagen per maand) 275 dan wel 257 prints per werkdag. Hoewel de printer in beide gevallen te kwalificeren is als een midden volume printer is er toch een aanzienlijk verschil in het aantal prints. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om aan [deskundige 1] nog een korte toelichting op het voorgaande te vragen. [deskundige 1] wordt gevraagd toe te lichten wat bedoeld is met referentie 14 en voor zover dat een artikel is aan te geven welk artikel dat dan is en of de gegeven percentages bij zijn antwoorden hetzelfde blijven als uitgegaan wordt van 275 dan wel 257 geprinte pagina’s per dag met de printer naast de werkplek van [eiseres] . Geen eerdere luchtwegklachten? 2.7 Rajapack voert aan dat [deskundige 1] er niet vanuit kan gaan dat [eiseres] geen luchtwegklachten had voorafgaand aan haar werkzaamheden bij haar. Zij verwijst naar een huisartsenjournaal (dat [eiseres] bij brief van 1 juni 2018 heeft overgelegd) waarop bij de datum 11 augustus 2008 “chronische voorhoofdholte ontsteking” staat. De kantonrechter is van oordeel dat door die enkele vermelding niet geconcludeerd kan worden dat [eiseres] luchtwegklachten had bij aanvang van het dienstverband bij Rajapack per 2 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.