← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:1151

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/406271 / FA RK 23/660 Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking van 13 februari 2023 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats], wonende te [woonadres], thans verblijvende in de accommodatie van [verblijfplaats], [adres], hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. M. Visser te Amsterdam. 1Procesverloop 1.1 Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 februari 2023, waarin de officier van justitie heeft verzocht om voortzetting van de op 8 februari 2023 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Amsterdam tot het nemen van de crisismaatregel van 8 februari 2023; - de medische verklaring van 8 februari 2023; - de doorverwijzingsbeschikking van 10 februari 2023 van rechtbank Amsterdam; - de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz; - de politiemutaties en het bericht dat er voor betrokkene geen justitiële documentatie is. 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 februari 2023, in de hierboven genoemde accommodatie. 1.3 Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat (telefonisch); - de heer [psychiater]; - mevrouw [naam], verpleegkundig specialist. Tevens was de volgende persoon aanwezig, deze is echter niet gehoord: - mevrouw [verpleegkundige]. 1.4 De officier van justitie is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2Verzoek 2.1 De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen. 3Standpunten 3.1 Betrokkene verklaart dat zij het liefst naar huis wil. Zij slaapt niet goed in de instelling en de andere patiënten bezorgen haar stress. Verder wordt zij lastig gevallen door anderen zowel binnen de instelling als daarbuiten. Betrokkene is vanochtend fysiek vastgepakt door de hulpverlening van de instelling, waardoor zij last van haar rug heeft. Ook wil betrokkene geen medicatie innemen, omdat zij bijwerkingen ervaart. Gisteren is haar tong verlamd geraakt door de medicatie. Betrokkene geeft aan dat zij bij familie kan verblijven en dat haar vader bereid is haar op te halen. 3.2 De psychiater geeft aan dat betrokkene is opgenomen naar aanleiding van een escalatie in de woonvorm waar zij woonachtig is. Hij geeft aan dat hij geen acuut psychiatrisch beeld ziet. Betrokkene heeft problematiek gelegen op de grens tussen volwassenen en kinderen. Hierdoor is de huidige afdeling waar zij verblijft niet geschikt. Zo lokt zij interacties uit op de afdeling wat zorgt voor escalaties en onrust. Het verblijf op de afdeling werkt dan ook contraproductief. Daarnaast is er op dit moment geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Dit kan anders zijn als zij terugkeert naar de groep maar betrokkene heeft aangegeven ook naar haar ouders te kunnen. Voortzetting van de crisismaatregel wordt gelet op het vorenstaande dan ook niet in het belang van betrokkene geacht. 3.3 De verpleegkundig specialist geeft aan dat betrokkene onrustig is op de afdeling en dat zij reageert op anderen waardoor escalaties ontstaan. Zo roept zij veel op haar kamer en dit zorg voor onrust binnen de afdeling. De bedoeling is dat in overleg met haar naasten afspraken worden gemaakt over wanneer betrokkene kan worden opgehaald en dat tot die tijd betrokkene vrijwillig op de afdeling verblijft. 3.4 De advocaat verzoekt om afwijzing. Er is geen sprake van een psychotisch toestandsbeeld en ook niet van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene wil basketballen en sporten. 4Beoordeling 4.1 Uit de overgelegde stukken is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Vermoed wordt dat dit onmiddellijk dreigend ernstig nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen. De crisissituatie was zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. Tijdens de mondelinge behandeling is door de psychiater echter verklaard dat er niet langer sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, zeker als betrokkene naar haar familie gaat. Tevens is aangevoerd dat een verblijf van betrokkene op de afdeling niet in haar belang is en zelfs contraproductief werkt. Gelet op het vorenstaande ontbreekt dan ook de wettelijke grondslag om de crisismaatregel voort te zetten. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. 5Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. Jansen, rechter en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2023 in tegenwoordigheid van Can als griffier, en op 17 februari 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.