RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Middelburg Parketnummer: 02-209239-22 vonnis van de meervoudige kamer van 6 maart 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] ,geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,wonende te [woonadres] ,nu gedetineerd in de penitentiaire inrichting Dordrecht, raadsvrouw: mr. R. van den Hemel, advocaat te Dordrecht. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2023, waarbij de officier van justitie mr. M.C. Fimerius en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte Feit 1: op 18 augustus 2022 in Middelburg samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 1] op te lichten door zich voor te doen als medewerker van een bank en met een smoes proberen [slachtoffer 1] te bewegen tot afgifte van zijn bankpas en pincode; Feit 2: op 26 juli 2022 in Vlissingen samen met anderen [slachtoffer 2] heeft opgelicht door zich voor te doen als medewerker van een bank en met een smoes [slachtoffer 2] heeft bewogen haar bankpas, randomreader en pincode af te geven; Feit 3: op 26 juli 2022 in Veere samen met anderen [slachtoffer 3] heeft opgelicht door zich voor te doen als medewerker van een bank en met een smoes [slachtoffer 3] heeft bewogen haar bankpas, randomreader en pincode af te geven; Feit 4: op 26 juli 2022 samen met anderen met de bankpassen en pincodes van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] geld van hun bankrekeningen heeft gestolen; Feit 5: op 9 augustus 2022 samen met anderen met de bankpas en pincode van [slachtoffer 4] geld van haar bankrekening heeft gestolen; Feit 6: in de periode 13 tot en met 15 juni 2022 samen met anderen met de bankpassen en pincodes van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] geld van hun bankrekeningen heeft gestolen. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de aangiftes, de getuigenverklaringen, de telefoongegevens en de verklaring van verdachte zelf. Hieruit blijkt duidelijk dat verdachte een sturende en leidende rol had. Er is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] . 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten omdat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] . Het bewijs dat in de richting van verdachte wijst is afkomstig van de verklaringen van medeverdachten en is niet betrouwbaar. De schuld van hen wordt verdachte in de schoenen geschoven. Het is onbegrijpelijk dat verdachte als hoofdverdachte wordt gezien. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs De rechtbank stelt op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen het volgende vast. Modus operandi Op 26 juli en 18 augustus 2022 wordt bij de politie meerdere malen aangifte gedaan van soortgelijke oplichting en diefstal. Uit de aangiftes komt naar voren dat de daders een min of meer vaste werkwijze hanteren om bij de slachtoffers bankpassen afhandig te maken en daarmee vervolgens geld op te nemen of aankopen te doen. Deze methode staat bekend als helpdeskfraude of ‘spoofing’. De aangevers van deze feiten waren steeds ouderen. Zij werden gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van een bank met een verhaal over een verdachte transactie (naar het buitenland). De aangevers moesten hun bankpas (en randomreader) in een envelop stoppen waarna deze door een koerier aan de deur bij de aangevers thuis werd opgehaald. Om vertrouwen te wekken werd door de bankmedewerker in het telefoongesprek een code genoemd, die de koerier moest doorgeven. Met de op die manier afhandig gemaakt bankpassen werden vervolgens aankopen gedaan en geldopnames verricht. De wijze waarop deze oplichting en diefstallen hebben plaatsgevonden, vereisen een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen. Het samenwerkingsverband bestond ten aanzien van de ten laste gelegde feiten uit tenminste drie personen: een beller, een koerier en een pinner. De rol van de beller is de slachtoffers zodanig bang te maken en te overrompelen met een verhaal over een ongewenste transactie op de bankrekening, dat zij ertoe overgaan hun pincode te verstrekken en bereid zijn hun bankpas (en randomreader) af te geven aan een koerier. Rol verdachte De vraag die door de rechtbank beantwoord moet worden, is hoe de rol van verdachte bij de (poging tot) oplichtingen en diefstallen gekwalificeerd moet worden. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict moet volgens vaste jurisprudentie van voldoende gewicht zijn. Geloofwaardigheid verklaring [medeverdachte 2] heeft tweemaal een verklaring afgelegd; zowel over het pinnen bij de MediaMarkt alsook over het uitlenen van zijn auto. Bij de politie heeft hij verklaard zijn auto aan verdachte te hebben uitgeleend en bij de MediaMarkt een pinpas en pincode van verdachte te hebben gekregen waarmee hij een telefoon voor hem moest pinnen. Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 2] zijn eerdere verklaring gewijzigd en heeft hij verklaard dat hij zijn auto aan [medeverdachte 1] had uitgeleend en dat hij bij de MediaMarkt niet van verdachte, maar van [medeverdachte 1] een pinpas en pincode heeft gekregen om daarmee het geldbedrag te pinnen dat verdachte nog aan hem schuldig was. De rechtbank acht de laatste afgelegde verklaring ongeloofwaardig gelet op het feit dat zowel verdachte als [medeverdachte 1] hebben verklaard dat verdachte degene is die de auto van [medeverdachte 2] heeft geleend en omdat niet [medeverdachte 1] maar verdachte geld aan [medeverdachte 2] schuldig was. Tevens sluit die verklaring over de rol van verdachte bij de MediaMarkt aan op de verklaring van [medeverdachte 1] op dat punt en het feit dat [getuige] heeft verklaard [medeverdachte 2] met de bijrijder in de caddy overleg te hebben zien plegen (verdachte), en niet met de bestuurder van de caddy ( [medeverdachte 1] ). Gelet hierop acht de rechtbank de eerste verklaring van [medeverdachte 2] geloofwaardig. De rechtbank stelt dan ook vast dat [medeverdachte 2] bij de MediaMarkt de bankpas van [slachtoffer 2] met bijbehorende pincode van verdachte heeft gekregen en in opdracht van hem heeft gepind. Geloofwaardigheid verklaringen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] Uit het dossier volgt dat op de diverse pleegdata wordt geopereerd in steeds wisselende samenstellingen en dat verdachte hier steeds bij betrokken is. Dat volgt uit de verklaringen van de op de respectievelijke pleegdata betrokken medeverdachten, uit whatsappberichten en het feit dat op de paarse iPhone 12 van verdachte adresgegevens staan van de slachtoffers. Uit de diverse telefoongegevens en whatsappberichten volgt verder dat verdachte contacten onderhoudt met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] . [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] verklaren niet alleen belastend over zichzelf, maar wijzen ook alle vier uitsluitend verdachte aan als degene die de ‘ophaaljobs’ organiseert, die indien nodig een auto regelt, die de medeverdachten tijdens deze ‘ophaaljobs’ aanstuurt en aan wie tenslotte na het pinnen de buit moet worden afgegeven. Ook de coördinerende en dwingende communicatie van de in het dossier voorkomende “B”, is van verdachte afkomstig; [medeverdachte 4] herkent verdachte op een foto als “B” en uit een screenshot van een videogesprek tussen [medeverdachte 1] en verdachte volgt ook dat verdachte zichzelf “B” noemt. Verdachte is ook de enige persoon die (indien nodig) de noodzakelijke auto regelt (van of via [medeverdachte 2] ) om op pad te kunnen gaan. De uitgebreide verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] over de dwingende wijze waarop verdachte hen inzet voor zijn oplichtingspraktijken en de angst die zij voor hem hebben, komen ten slotte in grote mate overeen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaringen van de medeverdachten over de rol van verdachte op de diverse pleegdata geloofwaardig. Door de ‘ophaaljobs’ te organiseren, een auto te regelen, mee te rijden naar de adressen van de benadeelden en pinlocaties, het communiceren met medeverdachten over de adressen van benadeelden en te rijden routes, contacten te onderhouden met de beller over het moment van ophalen van de bankpassen, het verstrekken van bankpassen met pincodes aan de medeverdachten en het opstrijken van de buit is de rol van verdachte van voldoende gewicht te beschouwen om te kunnen spreken van medeplegen. De rechtbank acht het medeplegen van de ten laste gelegde feiten dan ook wettig en overtuigend bewezen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte Feit 1op 18 augustus 2022 te Middelburg, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefselvan verdichtsels, [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van enig goed, en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankpas ten name van [slachtoffer 1] en bijbehorende pincode,- terwijl die [slachtoffer 1] telefonisch was benaderd door een mededader, die zichvoordeed als een medewerker van de ABN AMRO bank en hem ( [slachtoffer 1] ) vertelde dater geld van zijn rekening was gestolen, waardoor hij ( [slachtoffer 1] ) zijn bankpas niet meerkon gebruiken en dat hij morgen een nieuwe bankpas zou krijgen en dat hij zijnbankpas, samen met een papiertje met zijn pincode in eenenvelop moest stoppen en dat die envelop dezelfde dag zou worden opgehaald -vanuit Zeeuws-Vlaanderen met een (geleende) auto naar Middelburg isgereden en in het bezit was van een GSM en informatie over het adresvan die [slachtoffer 1] en (vervolgens) in de nabijheid van dat adres de autoheeft geparkeerd, waarna hij, verdachte, aangebeld heeft bij de woning vandie [slachtoffer 1] en heeft gezegd dat hij een envelop kwam ophalen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Feit 2op 26 juli 2022 te Vlissingen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten afgifte van een bankpas en een random-reader en een pincode, door- die [slachtoffer 2] te bellen en zich voor te doen als een Rabobank-medewerkster en tevragen of er door [slachtoffer 2] een bedrag van 1200 euro over werd gemaakt naar Ghanaen te laten checken of er niets van haar rekening was afgeschreven (op decomputer) en haar pincode te vragen en te melden dat er een man naar haartoe zou komen die de bankpas kwam ophalen, die een code tegen haar zou zeggen,en haar op te dragen haar bankpas en de random-reader in een gesloten envelopte stoppen en de [code nummer] te geven, en te vertellen dat zij op 27 juli2022, een nieuwe bankpas, nieuwe pincode en een nieuwe random-reader zoukrijgen, en - (tijdens het telefoongesprek) naar het adres van die [slachtoffer 2] te rijden omde bankpas en random-reader op te halen,waarna die [slachtoffer 2] de bankpas en/ random reader en pincode heeft afgegeven; Feit 3op 26 juli 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten afgifte van een bankpas en eenrandom-reader en een pincode, door- die [slachtoffer 3] te bellen en zich voor te doen als een Rabobank-medewerksteren te vragen of er door haar ( [slachtoffer 3] ) een bedrag van 1200 euro over werdgemaakt naar Ghana en te melden dat ze een nieuwe bankpas zou krijgen want de oude was niet meer te gebruiken en die [slachtoffer 3] op te dragen haar bankpas en de random-reader in een gesloten envelop te stoppen en die [slachtoffer 3] te vragen haar pincode in te spreken tussen twee piepjes zodat de bankmedewerkster het niet kon horen en te vertellen dat er een man naar haar toe zou komen om de bankpas en randomreader op te halen en - (tijdens het telefoongesprek) naar het adres van die [slachtoffer 3] te rijden om de bankpas en random-reader op te halen, waarna die [slachtoffer 3] de bankpas en random reader heeft afgegeven; Feit 4op 26 juli 2022 te Vlissingen en Middelburg, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, meerdere geldbedragen, (in totaal 8.411,59 euro) die geheel aan [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.