RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/5234 BRP uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2023 in de zaak tussen 1. [eiser1]uit [woonplaats eisers] 2. [eiser2]uit [woonplaats eisers] , tezamen: eisers (gemachtigde: [naam gemachtigde] ), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland, het college. Inleiding 1.1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen het besluit van 19 oktober 2021 (bestreden besluit), inzake de ambtshalve uitschrijving uit de Basis Registratie Personen (hierna: BRP) (met de vermelding ‘Land waarnaar vertrokken: onbekend’) en de weigering eisers opnieuw in te schrijven in de BRP. 1.2 De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser 1 en namens het college [aanwezige college1] en [aanwezige college2] . Eiser 2 en de gemachtigde van eisers zijn niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank 2 De rechtbank beoordeelt de ambtshalve uitschrijving uit het BRP en de weigering om eisers in te schrijven in de BRP. Zij doet dat mede aan de hand van de beroepsgronden van eisers. 3 De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 3.1 De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. 3.2 De rechtbank gaat uit van de volgende in geding van belang zijnde feiten en omstandigheden: Eisers stonden ingeschreven aan de [adres1] te [woonplaats eisers] (hierna: het adres). Op 17 mei 2021 is een melding gedaan dat eisers niet woonachtig zouden zijn op het adres. Naar aanleiding van deze melding heeft een verbalisant de woning bezocht. De verbalisant heeft waargenomen dat bij de woning alles dicht zat, maar er is wel een voertuig aangetroffen. Een omwonende heeft aangegeven dat op het adres een man woont die regelmatig op zee zit. Een andere omwonende heeft aangegeven dat een man op het adres woonde, maar hij deze al een tijdje niet heeft gezien. De verbalisant heeft opgemerkt dat de toegangsdeur aan de achterkant van de woning is dichtgemetseld. Het college heeft op 4 juni 2021 haar voornemen kenbaar gemaakt om eisers uit te schrijven uit de BRP. Eisers hebben op 4 juni 2021 hun zienswijze kenbaar gemaakt. Het college heeft met haar besluit van 28 juli 2021 besloten eisers uit te schrijven uit de BRP. Met de brief van 4 augustus 2021 hebben eisers kenbaar gemaakt dat zij het niet eens zijn met de ambtshalve uitschrijving. Eisers hebben op 17 augustus 2021 het verzoek gedaan om opnieuw ingeschreven te worden in het BRP. Het college heeft de inschrijving op 25 augustus 2021 geweigerd. Eisers hebben op 26 augustus 2021 hun bezwaren kenbaar gemaakt. De commissie voor de bezwaarschriften heeft het college geadviseerd om het bezwaar ongegrond te verklaren, omdat de inschrijving volgens de commissie terecht is geweigerd. Het college heeft het advies van de commissie overgenomen en met het bestreden besluit het bezwaar ongegrond verklaard. Omvang van het geschil 4.1 Eisers hebben betoogd dat het college in het bestreden besluit ten onrechte enkel de weigering tot inschrijving heeft heroverwogen en niet is ingegaan op de ambtshalve uitschrijving. Het bezwaar was mede gericht tegen de ambtshalve uitschrijving. 4.2 De rechtbank is van oordeel dat het college ten onrechte in het bestreden besluit enkel is ingegaan op de weigering tot inschrijving. Met de brief van 4 augustus 2021 hebben eisers aangegeven dat zij het niet eens zijn met de ambtshalve uitschrijving. Deze brief kan niet anders worden opgevat dan als een bezwaarschrift. Tevens is in het bezwaarschrift van 26 augustus 2021 vermeld dat de bezwaren zijn gericht tegen de ambtshalve uitschrijving en de weigering tot inschrijving. De ambtshalve uitschrijving uit het BRP valt daarmee binnen de omvang van het geschil. Ambtshalve uitschrijving 5.1 Eisers hebben betoogd dat zij ten onrechte ambtshalve zijn uitgeschreven uit de BRP, omdat zij woonachtig zijn op het adres. Eisers verblijven vaak op het adres [adres2] , te [plaatsnaam] , omdat dit hun dagelijkse werkadres is. Er is een omgevingsvergunning aangevraagd om het kantoor in [plaatsnaam] om te zetten in een bedrijfswoning, maar deze is nog niet verleend. Hierdoor kunnen eisers zich nog niet inschrijven op het adres in [plaatsnaam] . Door deze handelwijze van de beide gemeenten worden eisers in het nauw gebracht en ondervinden zij problemen bij allerlei administratieve handelingen, zoals het aanvragen van een ziektekostenverzekering. 5.2 Het college heeft ter zitting verklaard dat de gemeente [naam gemeente] weigert eisers in te schrijven op het adres in [plaatsnaam] en het college om die reden eisers ambtshalve heeft uitgeschreven. 5.3 De wet geeft het college de mogelijkheid om iemand ambtshalve uit te schrijven uit de BRP. 5.4 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) heeft overwogen dat het doel van de Wet BRP is dat in de BRP vermelde gegevens zo betrouwbaar en duidelijk mogelijk zijn en dat de gebruikers van de gegevens erop moeten kunnen vertrouwen dat deze in beginsel juist zijn. Met het oog daarop dienen in de BRP gegevens over de feitelijke verblijfsplaats van de betrokkene te worden geregistreerd. In artikel 2.22 van de Wet BRP is bepaald wanneer het college iemand ambtshalve moet uitschrijven als ingezetene uit het BRP. Er zijn drie cumulatieve voorwaarden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.