RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02-005663-21 rk.nummer: 22-022151 Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager], geboren op [geboortedag] 1962 te [geboorteplaats], wonende te [woonadres], hierna te noemen: klager. Klager heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. J. van Rooijen, advocaat te Tilburg, op het adres Tivolistraat, 5017 HP Tilburg. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: de kennisgevingen van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 28 september 2021 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen hem in beslag zijn genomen: een grote hoeveelheid aan gegevensdragers zoals een laptop BTO, USB-sticks en externe harde schijven; het klaagschrift, ingediend op 3 oktober 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv; de beslissing heropening onderzoek van 3 januari 2023; het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer van 20 december 2023; de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 24 november 2022; de aanvullende schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 19 januari 2023; de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 28 februari 2023. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. G. Oosterveld, klager en mr. C.J.M. Jansen (namens kantoorgenoot mr. J. van Rooijen) als raadsman van klager. Op 20 december 2022 heeft een inhoudelijke behandeling van onderhavig klaagschrift in raadkamer plaatsgevonden. In hetgeen door klager in raadkamer is verklaard over de encrypted gegevensdragers heeft de rechtbank aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen en het Openbaar Ministerie alsnog in de gelegenheid te stellen om inhoudelijk op de uitleg van klager te reageren en daarbij tevens aan te geven of dit tot een ander standpunt aangaande de verzochte teruggave van de gegevensdragers leidt. De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de aanvullende schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie van 19 januari 2023 en zich op het standpunt gesteld dat het beslag gehandhaafd dient te blijven nu de devices strafbare informatie kunnen bevatten. Het ligt op de weg van klager om de codes te geven, zodat geverifieerd kan worden dat het "slechts" gaat om porno op de gegevensdragers en niet meer dan dat (kinderporno). Zolang klager de codes niet aan de politie wil geven, kan dit niet worden geverifieerd en dient het beslag gehandhaafd te blijven. De raadsman heeft in raadkamer aangevoerd dat het inmiddels 18 maanden geleden is dat een groot aantal goederen onder klager in beslag zijn genomen en dat er thans nog altijd geen zicht is op een inhoudelijke behandeling van de strafzaak. Hij acht het zeer opmerkelijk dat na heropening van het onderzoek, waarbij het Openbaar Ministerie alsnog door de rechtbank in de gelegenheid werd gesteld om inhoudelijk te reageren op de uitleg van klager tijdens de zitting van 20 december 2022, het Openbaar Ministerie een reactie van slechts vier regels geeft inhoudende dat het op de weg van klager ligt om de codes te geven, zodat geverifieerd kan worden dat het slechts gaat om porno en niet om kinderporno. De raadsman vraagt zich ten zeerste af waar deze laatste verdenking ineens vandaan komt. Bovendien wordt zo de bewijslast omgedraaid, hetgeen de wereld op zijn kop is. Klager heeft zijn laptop encrypted, zodat zijn kleinkinderen geen toegang hebben tot porno. Het Openbaar Ministerie heeft zeer lang de tijd gehad om eventuele kopieën van de encrypted bestanden te maken, zodat niet rechtsgeldig gezegd kan worden er thans nog sprake is van enig strafvorderlijk belang om het beslag te laten voortduren. Bovendien is het kopiëren van deze bestanden eenvoudig te bewerkstelligen. De raadsman heeft gesteld dat er zijns inziens dan ook niets aan in de weg staat om niet alleen de teruggave te gelasten van de inbeslaggenomen laptop met goed nummer 688585, maar ook van alle andere goederen waarvan tijdens de raadkamerbehandeling van 20 december 2022 is vastgesteld dat daar nog beslag op rust. Klager heeft in raadkamer aangevoerd het ronduit beledigend te vinden dat het Openbaar Ministerie ineens met een verdenking van het voorhanden hebben van kinderporno komt. Voorts heeft klager aangevoerd dat de versleutelde bestanden eenvoudig gekopieerd kunnen worden. Klager wenst zijn codes niet te geven, omdat hij van mening is dat hij recht heeft op zijn privacy. Op de versleutelde bestanden staan porno en nog wat andere programma’s. Hij ziet geen enkele reden waarom de bewijslast bij hem zou moeten liggen en hij zijn codes zou moeten afgeven. 2De beoordeling De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. Tijdens de zitting van 20 december 2022 is vastgesteld dat het verzoek tot opheffing van het beslag zich thans nog beperkt tot de gegevensdragers die nog niet zijn geretourneerd. Het gaat daarbij om: een laptop BTO
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.