← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:1679

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie: Middelburg Procedurenummer: C/02/407220 HA RK 23-38 beslissing van 14 maart 2023 op het wrakingsverzoek zoals bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van: [verzoekster] , verzoekster. 1Procesverloop Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:  de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met zaaknummer 9880929 CV EXPL 22-1478,  de op 7 maart 2023 ontvangen brief van verzoekster. 2Het verzoek Het verzoek strekt kennelijk tot wraking van mr. Van Dijke (hierna: de rechter), optredend als kantonrechter in de bovengenoemde hoofdzaak. 3Feiten 3.1 In de hoofdzaak gaat het om de vordering van de besloten vennootschap ‘ABAB Groep B.V.’ (gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders) tot het hoofdelijk veroordelen van verzoekster en de vennootschap onder firma ‘ [bedrijf] ’, waarvan verzoekster vennoot is, tot het betalen van een bedrag van € 3.087,79. 3.2 Op 31 augustus 2022 is er in de hoofdzaak een tussenvonnis gewezen. Vervolgens hebben gedaagden in de hoofdzaak op 8 februari 2023 stukken ingediend. De rechter heeft de vordering op 20 februari 2023 op zitting behandeld te Bergen op Zoom. Volgens het proces-verbaal van deze zitting heeft verzoekster, vergezeld van de heer [naam 1] , op verbaal agressieve wijze kenbaar gemaakt dat zij de rechter niet accepteert als bevoegde kantonrechter, ook niet nadat de rechter zijn Rijkspas toonde. Dit nam zodanige vormen aan dat de kantonrechter heeft verzocht verzoekster en de heer [naam 1] onder begeleiding en zachte dwang van de beveiligers uit de zittingszaal te laten verwijderen. 3.3 Op 7 maart 2023 is via de gewone post een brief van verzoekster ontvangen, betiteld als “Journaal & Log-boek”. 4De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek 4.1 Op grond van artikel 1, vierde lid, van het Wrakingsprotocol rechtbank Zeeland-West-Brabant per 1 april 2021 vermeldt het wrakingsverzoek de feiten of omstandigheden waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 4.2 Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad der Nederlanden is wraking zonder vermelding van wrakingsgronden niet mogelijk (zie bijvoorbeeld het arrest van 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0806). 4.3 Gelet op de gang van zaken tijdens de voornoemde zitting van 20 februari 2023, en op de omstandigheid dat in de brief van verzoekster van 7 maart 2023 een aantal keren het woord ‘wraking’ voorkomt, merkt de wrakingskamer deze brief aan als een wrakingsverzoek. De inhoud van deze brief is echter zodanig onnavolgbaar en onsamenhangend dat daaruit, ook na welwillende lezing, geen wrakingsgronden kunnen worden afgeleid. 4.4 Het wrakingsverzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, zodat een zitting niet nodig is. 5De beslissing De rechtbank:  verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet-ontvankelijk;  bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak met zaaknummer 9880929 CV EXPL 22-1478 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek. Deze beslissing is genomen op 14 maart 2023 door mr. Holierhoek, rechter en voorzitter, en mr. Peters en mr. Leppens, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.