RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/080117-22 vonnis van de meervoudige kamer van 16 maart 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting te Ter Apel raadsman mr. D.R. Kops, advocaat te Breukelen 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 februari en 24 februari 2023, waarbij de officier van justitie, mr. P.W.P. Emmen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is op 2 maart 2023 gesloten. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het bewerken van cocaïne (feit 1), het verrichten van voorbereidingshandelingen hiertoe (feit 2) en het aanwezig hebben van 66,2 kilogram (materiaal bevattende) cocaïne (feit 3). 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle tenlastegelegde feiten heeft begaan. In dat verband wijst de officier van justitie allereerst op het feit dat de door verdachte afgelegde verklaring ongeloofwaardig is. In de loods waarin verdachte zich bevond, is een in werking zijnde cocaïnewasserij aangetroffen. Daartoe was een aparte ruimte gebouwd in betreffende loods en in de rest van de loods stonden de benodigde chemicaliën en andere goederen. Op handschoenen is DNA aangetroffen van verdachte. Uit onderzoek van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (hierna: LFO) volgt dat er al een groot aantal blokken cocaïne was vervaardigd. De gehele loods diende maar één enkel doel; het verwerken en bewerken van cocaïne. Dit was gelet op de inrichting duidelijk en heeft men niet geprobeerd te verhullen. Dit terwijl geheimhouding van een dergelijke locatie voor de buitenwereld van groot belang is. De noodzaak van de geheimhouding enerzijds en anderzijds het feit dat in de loods geen enkele moeite is gedaan om te verhullen wat daar gebeurt, maakt dat er alleen personen in de loods zullen zijn die betrokken zijn bij de cocaïnewasserij. Er is ook op hun aanwezigheid gerekend. Dit blijkt uit de aangetroffen slaapplaatsen en de aanwezigheid van eten. Daarbij is er ook voor gezorgd, zo blijkt uit de verklaring van verdachte zelf, dat hij in de loods terecht kwam. De betrokkenheid van verdachte bij de cocaïnewasserij staat hiermee dan ook vast. Er was ook sprake van wetenschap bij verdachte. Dit blijkt al uit de inrichting van de loods; overal stonden vaten, tonnen en jerrycans. Een enkele aanblik volstond om te weten dat er een chemisch proces gaande was. Daarbij komt dat er een enorm penetrante chemische lucht in de loods hing. Bovendien heeft verdachte verklaard dat hij meteen door had wat er gaande was. De hiervoor geschetste feiten en omstandigheden die duiden op betrokkenheid van verdachte bij een strafbaar feit waar meerdere personen bij betrokken zijn, in combinatie met het uitblijven van een aannemelijke verklaring daarvoor, maken dat er ook sprake is van medeplegen. Hier doet het feit dat niet duidelijk is geworden welke handelingen verdachte specifiek heeft verricht niet aan af. Dit geldt ook voor het feit dat verdachte heeft verklaard slechts hele korte tijd in de loods aanwezig te zijn geweest. Met het bewijs voor medeplegen van feit 1 is ook het bewijs voor de feiten 2 en 3 gegeven.Ten aanzien van feit 2 was er sprake van wetenschap en beschikkingsmacht. De wetenschap volgt uit het bewijs voor feit 1, namelijk dat verdachte wist dat er materialen in de loods aanwezig waren die te gebruiken zijn om opnieuw drugsfeiten te plegen en dat er materiaal aanwezig is waar (nog) cocaïne in zit. Dat verdachte de feitelijke mogelijkheid had om de loods te verlaten en hierbij de aanwezige materialen mee te nemen, maakt dat er ook sprake was van beschikkingsmacht. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 1 en 3 op het standpunt gesteld dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. Er is bij feit 1 geen sprake van medeplegen. Verdachte heeft een aannemelijke verklaring afgelegd, die niet te weerleggen is door de inhoud van het dossier en daarom niet kan bijdrage aan de conclusie dat er sprake is van medeplegen. Er is geen enkele aanwijzing dat verdachte specifieke kwaliteiten heeft die zien op bewerking van cocaïne. Verdachte heeft verklaard dat hij enkel spullen heeft verplaatst en aangegeven in ruimte K. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat de rol van verdachte anders is geweest dan enkel ondersteunend. De intellectuele en materiele bijdrage van verdachte zijn dus van onvoldoende gewicht om te spreken van medeplegen. Ook het aangetroffen DNA op handschoenen betekent niet dat verdachte deze handschoenen aan heeft gehad bij het bewerken of verwerken van cocaïne. Ten aanzien van feit 3 is de verdediging van mening dat vrijspraak dient te volgen, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte zich in meer of mindere mate bewust was van de aanwezigheid van de cocaïne. In verschillende ruimten is cocaïne aangetroffen. Verschillende hoeveelheden van de aangetroffen cocaïne lagen uit het zicht en daarnaast kan niet worden vastgesteld dat verdachte in ruimte K is geweest op het moment dat de cocaïne in die ruimte op een zeef lag. Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte in ruimte P is geweest, waar 500 gram is aangetroffen op een tafel. Indien de rechtbank wel van oordeel is dat bewustheid omtrent de aanwezigheid van cocaïne kan worden vastgesteld, ontbreekt de daadwerkelijke beschikkingsmacht over de cocaïne. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht 4.3.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Op 31 maart 2022 is in een loods aan de [adres] te Steenbergen een in werking zijnde cocaïnewasserij aangetroffen. Door verbalisanten werd bij betreding van de loods direct een sterke chemische lucht geroken. In de loods was met isolatiepanelen een afzonderlijke ruimte gebouwd die weer was onderverdeeld in 3 afzonderlijke ruimtes, in het dossier aangeduid met de letters P, V en K. In deze ruimtes vond de daadwerkelijke bewerking en verwerking van cocaïne plaats. In de loods zelf stond een grote hoeveelheid chemicaliën ten behoeve van de bewerking/verwerking van cocaïne. Ook stonden er jerrycans met in totaal 1020 liter afval van de extractie van cocaïne uit een dragermateriaal. Ruimte P was ingericht en gebruikt voor het persen van cocaïne in blokken van 1 kilogram, voorzien van een logo met behulp van een hydraulische pers, waarna deze werden gedroogd in een droogkast voorzien van verwarmingslampen en met behulp van 3 magnetrons. In deze ruimte lagen ook twee verpakkingen met respectievelijk 700 en 500 gram cocaïne. Op 2 stroken crêpepapier stonden aantekeningen die, volgens de LFO, een opsomming betroffen van het aantal geperste blokken, zeer waarschijnlijk cocaïne, voorzien van bepaalde logo’s. In totaal ging het om 127 stuks. In ruimte V stond een rvs-ketel, die middels een buizensysteem gekoppeld was aan 4 grote rvs verwarmingsspiralen in ruimte K. In deze ruimte stonden ook een vuilniszak met 23 kilogram bruin materiaal en een Action draagtas met 21 kilogram bruin materiaal. Uit onderzoek is gebleken dat dit materiaal een lage concentratie cocaïne bevatte. Ruimte K was ingericht en werd gebruikt voor het terugwinnen van cocaïne uit een dragermateriaal dan wel de bewerking van cocaïne. Er stonden onder meer tonnen, waarvan een groot aantal gevuld was met chemicaliën voor de bewerking en het terugwinnen van cocaïne en een rvs vacuümafscheider gekoppeld aan een compressor. Op een ton lag een zeef met daarop 21 kilogram cocaïnebase. De interpretatie van LFO luidt dat de loods in gebruik was voor de opslag van (zeer) grote hoeveelheden chemicaliën ten behoeve van de bewerking en terugwinning van cocaïne. De aparte ruimte in de loods was ingericht en gebruikt voor het op grote schaal bewerken en terugwinnen van cocaïne. Gelet op de hoeveelheid afval gerelateerd aan de bewerking van cocaïne, zijn er meerdere batches (en daarna geperst in blokken) cocaïne vervaardigd. Gezien de nog aanwezige hoeveelheden chemicaliën ten behoeve van de vervaardiging dan wel bewerking van cocaïne was het de bedoeling om meerdere batches cocaïne te vervaardigen en te bewerken. In de loods werd een woonwagen aangetroffen, met daarin 7 slaapplaatsen. Verder stonden in de loods nog 3 tentjes. In totaal werden 10 verdachten aangetroffen en aangehouden in de loods, waaronder verdachte. In de loods zijn in de ruimtes P, V en K (werk)handschoenen aangetroffen die op DNA zijn onderzocht. Van de 22 handschoenen die op verschillende plaatsen in de loods zijn gevonden is op 19 handschoenen aan de binnenkant van de handschoen DNA van een of meerdere verdachten aangetroffen, zij het dat niet van alle profielen de bewijswaarde is berekend. Dit DNA zat bij de vingerimplant en vingers. Veel van deze handschoenen waren aan de buitenkant bovendien vervuild met een witte materie. Van verdachte is DNA, al dan niet in een mengprofiel, aangetroffen in handschoenen aangetroffen in ruimte K. Uit het dossier volgt dat de loods vanaf 18 maart 2022 is verhuurd. De verhuurster heeft verklaard dat de loods de eerste week van de verhuur leeg stond. Ook zou zij op een zaterdag in de loods aanwezig zijn geweest, terwijl deze nog leeg was. Dit moet op 26 maart 2022 zijn geweest. Feit 1 Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er in de loods aan de [adres] te Steenbergen in ieder geval in de periode vanaf 26 maart 2022 tot en met 31 maart 2022 een cocaïnewasserij aanwezig was en er een grote hoeveelheid cocaïne is geproduceerd. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij in Colombia benaderd was om dit te doen, dat ze in de loods ongeveer met zijn tienen waren, dat hij deed wat hem werd opgedragen en dat de geproduceerde middelen (de rechtbank begrijpt: de cocaïne) werden meegenomen. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij heeft geholpen met het sjouwen van vloeistoffen in en uit ruimte K. De rechtbank leidt uit deze verklaringen af dat verdachte een rol heeft gespeeld bij het bewerken van cocaïne, dat hij dit wist en dat hij dit samen met anderen heeft gedaan. De rechtbank betrekt daarbij de verklaring van de medeverdachte dat hij de loods was om te werken en dat hij daar met collega’s was. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte betrokken was bij de cocaïnewasserij en dat zijn rol, uitgaande van zijn verklaringen van voldoende gewicht is om deze aan te merken als medeplegen. Verdachte heeft samengewerkt met andere verdachten die tegelijkertijd met hem in de loods zijn aangehouden. Van acht van hen zijn bovendien ook DNA-(meng)profielen aangetroffen op in de productieruimtes in de loods gevonden handschoenen. Hierbij wordt verder in aanmerking genomen dat het draaiende houden van een dergelijke cocaïnewasserij en het daadwerkelijk bewerken van cocaïne niet door één of enkele personen kan plaatsvinden. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich samen met de medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan het be- en verwerken van cocaïne. Feit 2 Bij de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen zoals onder feit 2 tenlastegelegd, gaat de rechtbank uit van de feiten en omstandigheden zoals overwogen onder feit
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.