RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/5210 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2023 in de zaak van [naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser. Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat Enexis Netbeheerder B.V. ( Enexis ) volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 20 juli 2022 als bedoeld in artikel 4.1 van de Wet open overheid (Woo). Overwegingen Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom zij onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Onder een bestuursorgaan wordt verstaan een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. Enexis is een privaatrechtelijke rechtspersoon en daarmee niet krachtens publiekrecht ingesteld als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder a, van de Awb. Hiermee worden, organen van – onder meer – de staat, provincies, gemeenten en waterschappen bedoeld. Van een orgaan, als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Awb, is sprake bij organen van privaatrechtelijke rechtspersonen die niet tot de overheid kunnen worden gerekend, maar die wel met openbaar gezag zijn bekleed. In de rechtspraak wordt 'bekleed zijn met enig openbaar gezag' aangenomen als sprake is van een op de wet steunende bevoegdheid om de rechtspositie van de bestuurde (de burger) eenzijdig te bepalen. Bepalend daarvoor is of aan hen een of meer overheidstaken zijn opgedragen en daarvoor benodigde publiekrechtelijke bevoegdheden zijn toegekend. Hierbij geldt dat zij slechts zijn aan te merken als een bestuursorgaan voor zover zij hun publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen. Voor het overige handelen zij volgens het civiele recht. Op grond van artikel 2 van de Gaswet en artikel 10 van de Elektriciteitswet 1998 - waarnaar eiser verwijst – is Enexis aangewezen als regionaal netbeheerder. Zij dient haar taken overeenkomstig deze wetten uit te voeren. Dit betekent echter nog niet dat aan Enexis overheidstaken zijn opgedragen. Enexis wendt namelijk haar privaatrechtelijke bevoegdheden aan om haar taken uit te voeren. Anders dan eiser stelt, volgt uit het voorgaande dat aan Enexis geen overheidstaken zijn opgedragen en geen publiekrechtelijke bevoegdheden zijn toegekend. Ook anderszins is de rechtbank niet gebleken van het toekennen van publiekrechtelijke bevoegdheden aan Enexis , zodat Enexis niet kan worden aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, onder b, van de Awb. Nu Enexis geen bestuursorgaan is, is er geen sprake van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen op een verzoek als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb, waartegen beroep kan worden ingesteld. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 10 januari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 1:1, eerste lid, van de Awb
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.