RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/5838 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2023 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende, (gemachtigde: [gemachtigde]), en De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar. Procesverloop Belanghebbende heeft op 15 december 2022 tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 november 2022 beroep ingesteld. Het beroep ziet op de naheffingsaanslag parkeerbelasting [aanslagnummer]. Belanghebbende komt in beroep omdat zij het niet eens is met de hoogte van de toegekende kostenvergoeding en dan met name dat er geen punt is toegekend voor de hoorzitting. De heffingsambtenaar heeft bij brief van 10 januari 2023 gereageerd op het beroep van belanghebbende. De heffingsambtenaar geeft belanghebbende daarin gelijk en dat er voor de hoorzitting ook een procespunt had moeten toegekend. Dit was in eerste instantie niet gedaan, maar de heffingsambtenaar heeft dit op dezelfde dag (21 november 2022) nog hersteld. Nu de naheffingsaanslag is vernietigd en de kostenvergoeding (uiteindelijk) juist is vastgesteld is er volgens de heffingsambtenaar geen processueel belang meer. Overwegingen Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De heffingsambtenaar is met de uitspraak op bezwaar en de (aanvullende) beschikking van 21 november 2022 volledig aan het bezwaar van belanghebbende tegemoetgekomen, alsmede aan het verzoek om een kostenvergoeding. Dit is gebeurd voordat beroep is ingesteld. Belanghebbende heeft dan ook geen processueel belang bij deze procedure. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Gelet op het feit dat de heffingsambtenaar reeds voor het instellen van beroep een juiste beslissing heeft genomen in lijn met de wensen van belanghebbende ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 24 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.