RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02/039847-22 rk-nummer: 22-019980 Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 20 december 2022, in de zaak: [verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1989 op [geboorteplaats] ,wonende te [woonadres] , woonplaats kiezende ten kantore van mr. P. Doorakkers, Europark 20, 4904 SX Oosterhout 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 1.949,55, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; € 216,00, voor vergoeding van gederfde inkomsten; € 53,78, voor vergoeding van reiskosten; te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 11 juli 2022 waarbij verzoeker is vrijgesproken; de schriftelijke reactie van de officier van justitie. Op 14 maart 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie en mr. P. Doorakkers als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord. Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen. Namens verzoeker is aangevoerd dat hij in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer op 11 juli 2022 door de politierechter is vrijgesproken. Verzoeker stelt kosten te hebben gemaakt voor de aan hem verleende rechtsbijstand in verband met de strafzaak en verzoekt een vergoeding van € 1.949,
- Daarnaast verzoekt verzoeker een vergoeding van € 216,00 wegens inkomstenderving door tijdsverzuim als gevolg van de zitting op 11 juli
- Tevens heeft verzoeker in verband met de zitting reiskosten moeten maken en verzoekt daarvoor een vergoeding van € 53,78, een en ander te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het verzoekschrift ontvankelijk is en integraal toegewezen kan worden nu de advocaat van verzoeker een door verzoeker ondertekend verzoekschrift heeft overgelegd. 2De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd. Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman. Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 1.949,55 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten en de inkomstenderving in verband met het bijwonen van de zitting, voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank wijst de verzochte reiskosten ter hoogte van, in totaal, € 53,78 en de verzochte vergoeding in verband met inkomstenderving ter hoogte van € 216,00 toe. Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend. 3De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 2.899,33, bestaande uit: - € 1.949,55 aan kosten van rechtsbijstand; - € 53,78 aan reiskosten; - € 216,00 aan gederfde inkomsten en - € 680,00 voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer; bepaalt dat een bedrag van € 2.899,33 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] , ten name van Stichting Beheer Derdengelden Advocatenkantoor Óste, onder vermelding van “ [betalingskenmerk] ”. Deze beslissing is op 28 maart 2023 gegeven door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart
- INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing ex artikel 533 en ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).