← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:2078

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Middelburg zaaknummer: C/02/401765 / FA RK 22-4297 beschikking d.d. 27 maart 2023 in de zaak van: [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , thans elders verblijvende, hierna te noemen de vrouw, advocaat: mr. D.J.A. Burlet te Oostburg, en [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat: mr. L.E. van Hevele te Oostburg. 1Het verloop van het geding 1.

  1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 26 september 2022 ontvangen verzoekschrift vervangende toestemming verkoop woning, met bijlagen; - de op 9 december 2022 ingekomen brief van mr. Van Hevele, met 2 producties; - het op 13 december 2022 ingekomen brief van mr. Burlet, met een bijlage, 1.
  2. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 15 december
  3. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Partijen hebben bij die mondelinge behandeling afspraken gemaakt en om aanhouding gevraagd. De zaak is verwezen naar de rol van 14 februari 2023 voor uitlating door partijen. 1.
  4. Bij brief van 13 februari 2023 van mr. Burlet heeft de vrouw gesteld dat zij graag uitspraak wenst. Voorts heeft zij haar verzoek aangepast en het meer of anders verzochte ingetrokken. Bij brief van 14 februari 2023 van mr. Van Hevele heeft de man de stellingen van de vrouw betwist en bezwaar gemaakt tegen het wijzigen van het verzoek door de vrouw. 2Het verzoek 2.1 De vrouw verzocht bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat: I. De in deze zaak te wijzen uitspraak in de plaats treedt van de wilsverklaring van de man, voor zover die verklaring benodigd is voor het te koop aanbieden, het met de kopers sluiten van de koopovereenkomst en de levering van de woning met aan- en toebehoren aan het [adres] ; II. De man wordt veroordeeld om volledige medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning, waarbij die medewerking zal bestaan uit: - de verkoopmakelaar en diens medewerkers en ingezette derden toegang te verlenen tot de woning ter voorbereiding van de verkoopwerkzaamheden waaronder maar niet beperkt tot het maken van foto’s in- en om de woning; - de woning ten behoeve van een dergelijke fotosessie in ordentelijke staat te brengen; - de sleutels van de woning af te geven aan de makelaar ten behoeve van bezichtigingen; - op eerste verzoek van de makelaar, de woning in ordentelijke staat te brengen; - de verplichting om op verzoek van de makelaar de woning te verlaten en daarin niet terug te keren gedurende bezichtigingen ten behoeve van de verkoop; - zulks op straffe van een dwangsom van € 500,= met een maximum van € 10.000,= voor ieder keer dat de man daarmee in gebreke blijft. 2.2 Na wijziging luidt het verzoek van de vrouw: - Aan de vrouw vervangende toestemming te verlenen voor het te koop aanbieden en het met de kopers sluiten van de koopovereenkomst betreffende de woning aan de [adres] . 2.3 De man maakt bezwaar tegen de wijziging en voert verweer tegen de verzoeken. 2.4 Op de standpunten van partijen wordt, voor zover voor de beoordeling van het verzoek van belang, hierna ingegaan. 3De beoordeling Is de rechtbank bevoegd? 3.1 De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man de Belgische nationaliteit. Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de rechtbank bevoegd van het verzoek kennis te nemen. Partijen zijn beide woonachtig in Nederland en de echtelijke woning is in Nederland gelegen. 3.2 De rechtbank zal Nederlands recht toepassen omdat de woning in Nederland ligt en partijen woonachtig zijn in Nederland. Is de wijziging van het verzoek van de vrouw in dit geval toegestaan? 3.3 De rechtbank constateert allereerst dat de vrouw in haar verzoekschrift het verzoek expliciet grond op artikel 88 lid 6 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (zie onder de punten 12 en 15 van het verzoekschrift). In het petitum (zoals hierboven weergegeven onder 2.1) onder I zijn elementen van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de man aangevoerd dat – kort gezegd – gelet op deze elementen van boek 3 de onderhavige zaak bij dagvaarding had moeten worden ingediend en dus moet worden verwezen naar de dagvaardingsprocedure. De rechtbank begrijpt dat de vrouw met haar aanpassing van het verzoek beoogt haar gehele verzoek binnen de verzoekschriftprocedure te houden en het verzoek uitsluitend op grond van artikel 1:88 lid 6 BW aan de rechtbank voor te leggen. Omdat de wijziging van het verzoek van de vrouw derhalve als een vermindering van het verzoek moet worden opgevat, acht de rechtbank deze wijziging, anders dan de man, niet in strijd met de goede procesorde. Kan vervangende toestemming worden verleend? 3.4 De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Partijen zijn op [huwelijksdatum] te [plaats] gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. In oktober 2022 heeft de vrouw een echtscheidingsprocedure aanhangig gemaakt. Partijen hebben in gezamenlijk eigendom de echtelijke woning te [adres] . Er zijn huwelijkse schulden en de woning heeft een aanzienlijke overwaarde. De vrouw verblijft met hun 3 kinderen bij de ouders van de vrouw. De man verblijft in de echtelijke woning. 3.5 De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw wenst zo spoedig mogelijk de echtelijke woning te verkopen zodat de huwelijkse schulden kunnen worden afgelost en de vrouw een woning voor haar en de kinderen kan gaan huren. De rechtbank constateert dat een op grond van artikel 1:88 lid 6 BW gegeven toestemming de man géén partij maakt bij een verkoopopdracht en -overeenkomst. Omdat de echtelijke woning gezamenlijk eigendom is van partijen, dient de man bij de verkoop als eigenaar te worden betrokken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vrouw onvoldoende belang heeft bij haar verzoek omdat zij bij toewijzing van het verzoek noch immer niet (eenzijdig) tot verkoop van de woning kan overgaan. Het verzoek dient te worden afgewezen. 4De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Noort, rechter, en, in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2023 in tegenwoordigheid van De Pooter, griffier. Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.