← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:2122

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Middelburg zaak/rolnr.: 10236303 / CV EXPL 22-3091 vonnis d.d. 29 maart 2023 inzake de besloten vennootschap LOGICX MOBILITEIT B.V., gevestigd te Apeldoorn, eiseres, hierna te noemen: Logicx, gemachtigde: [gemachtigde] en mr. E. Krom, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1Het verloop van het geding 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: a. de dagvaarding van 29 november 2022 met producties; b. de conclusie van antwoord; c. de conclusie van repliek met één productie; d. de conclusie van dupliek. 1.2 De procedure is vervolgens verwezen naar de rol voor het wijzen van vonnis. 2De feiten 2.1 Op 23 december 2019 is tussen Logicx en [gedaagde] een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot een (vervangende) huurauto met [kenteken] (hierna verder te noemen: de auto). De overeenkomst is in beginsel gesloten voor de periode 23 tot en met 27 december

  1. Verder is afgesproken dat [gedaagde] de auto na de oorspronkelijke huurperiode kan doorhuren voor een bedrag van € 71,45 inclusief btw per dag. 2.2 [gedaagde] heeft de auto op 4 januari 2020 ingeleverd. 2.3 Op 6 januari 2020 heeft Logicx aan [gedaagde] een factuur van € 571,60 verzonden in verband met het doorhuren van de auto over de periode van 27 december 2019 tot en met 4 januari
  2. 2.4 Op 9 januari 2020 heeft Logicx een naheffingsaanslag parkeerbelasting van 28 december 2019 van € 64,10 van de [gemeente] ontvangen. 2.5 Logicx heeft daarop aan [gedaagde] een factuur van € 78,62 toegezonden. Dit betreft het bedrag van de naheffingsaanslag vermeerderd met de administratiekosten. 2.6 Op 14 februari 2020 is door Logicx een betalingsherinnering aan [gedaagde] toegezonden voor het totaalbedrag van € 650,
  3. Bij brief van 28 februari 2020 heeft Logicx een tweede aanmaning aan [gedaagde] verzonden met aanzegging van de buitengerechtelijke incassokosten. Tot slot is door Logicx een incassobureau ingeschakeld bij monde waarvan op 18 november 2020 wederom een aanmaning aan [gedaagde] is verzonden. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan. 3Het geschil en de beoordeling 3.1 Logicx vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 650,22, vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten ad € 97,53 en de wettelijke rente vanaf de vervaldag van de ingebrekestelling tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.2 Logicx legt aan haar vordering ten grondslag dat er tussen partijen een huurovereenkomst is gesloten met betrekking tot een (vervangende) huurauto. [gedaagde] is op basis van de huurbepalingen in de overeenkomst kosten verschuldigd voor het gedurende 8 dagen huren van de vervangende auto na de oorspronkelijke huurperiode. Daarnaast is [gedaagde] kosten verschuldigd voor de door Logicx ontvangen naheffingsaanslag van de gemeente. In de huurbepalingen is opgenomen dat [gedaagde] bij een boete tevens een bedrag van € 14,52 inclusief BTW aan administratiekosten aan Logicx verschuldigd is. 3.3 [gedaagde] betwist de vordering niet. [gedaagde] betwist wel de ontvangst van de aanmaningen van 14 en 28 februari
  4. [gedaagde] stelt dat hij enkel de aanmaning van 18 november 2020 heeft ontvangen. [gedaagde] is bereid om de vordering in termijnen te betalen daar hij niet de middelen heeft om de totale vordering in één keer te betalen. 3.4 De kantonrechter overweegt als volgt. [gedaagde] heeft de hoofdsom niet betwist. Dit betekent dat de kantonrechter het gevorderde bedrag van € 650,22 zal toewijzen. 3.5 [gedaagde] heeft de ontvangst van de aanmaningen van 14 en 28 februari 2020 betwist. Door Logicx zijn niet voldoende feiten en omstandigheden aangedragen die dit weerleggen. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] de brief van 18 november 2020 wel heeft ontvangen. Derhalve dient te worden uitgegaan van de vervaldag van de aanmaning van 18 november 2020, te weten 3 december
  5. [gedaagde] verkeerde vanaf die dag in verzuim. De wettelijke rente zal daarom vanaf 3 december 2020 worden toegewezen. 3.6 Logicx maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Logicx heeft met de brief van 18 november 2020 een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag van € 97,53 is in overeenstemming met de in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten gehanteerde tarieven. Dit onderdeel van de vordering zal om die reden worden toegewezen. 3.7 [gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Logicx tot op heden begroot op: - griffierecht € 322,00 - kosten dagvaardingsexploot € 107,22 - salaris gemachtigde (2 punten á € 132,00) € 264,00 totaal € 693,22 3.8 De kantonrechter kan partijen geen betalingsregeling opleggen. Voor het treffen van een betalingsregeling dient [gedaagde] zich te wenden tot de gemachtigde van Logicx. 4De beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om aan Logicx te betalen een bedrag van € 650,22, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt [gedaagde] om aan Logicx te betalen een bedrag van € 97,53 aan buitengerechtelijke incassokosten; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 693,22; verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Thielen en uitgesproken op 29 maart 2023.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.