vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Breda zaaknummer / rolnummer: C/02/405094 / HA ZA 23-17 Vonnis in incident van 29 maart 2023 (bij vervroeging) in de zaak van 1 [eiser in de hoofdzaak sub 1] ,
- [eiser in de hoofdzaak sub 2], beiden wonende te [woonplaats 1] , eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident, advocaat mr. J. Evers te Amsterdam, tegen
- de vennootschap onder firma [gedaagde in de hoofdzaak sub 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. M.A. Oosterveen te Rotterdam,
- [gedaagde in de hoofdzaak sub 2], wonende te [woonplaats 2] , gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat mr. M.A. Oosterveen te Rotterdam,
- [gedaagde in de hoofdzaak sub 3], wonende te [woonplaats 2] , gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat mr. M.A. Oosterveen te Rotterdam,
- [gedaagde in de hoofdzaak sub 4], wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat mr. L.E. de Leeuw te Utrecht. Eisers zullen hierna worden aangeduid als ‘ [eisers in de hoofdzaak] ’, gedaagde sub 1 tot en met 3 als ‘ [gedaagden in de hoofdzaak] ’ en gedaagde sub 4 als ‘ [gedaagde in de hoofdzaak sub 4] ’. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 30 december 2022 met producties genummerd 1 tot en met 24; de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring zijdens [gedaagden in de hoofdzaak] van 1 maart met producties genummerd 1 tot en met 9; de conclusie van antwoord zijdens [gedaagde in de hoofdzaak sub 4] van 1 maart 2023 met producties genummerd 1 tot en met 5; de incidentele conclusie van antwoord zijdens [eisers in de hoofdzaak] van 15 maar
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.
- [eisers in het incident] vordert dat haar wordt toegestaan [eiser in het incident sub 4] in vrijwaring op te roepen. [verweerders in het incident] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 2.
- De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen. 2.
- Gelet op het geringe debat tussen partijen ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
- staat toe dat [eiser in het incident sub 4] door [eisers in het incident] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 10 mei 2023, 3.
- compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 mei 2023 voor conclusie van antwoord zijdens [gedaagden in de hoofdzaak] Dit vonnis is bij vervroeging gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2023.