RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummers: 02/270645-22, 02/270821-22 en 02/820347-18 (tul) vonnis van de meervoudige kamer van 20 april 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] geen vaste woon- of verblijfplaats in en buiten Nederland raadsvrouw mr. A. el Darrazi, advocaat te Tilburg 1Onderzoek van de zaak Ter zitting van 6 april 2023 zijn de zaken onder voormelde parketnummers overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering gevoegd. De zaken zijn vervolgens ter zitting inhoudelijk behandeld. Verdachte is niet verschenen. Wel is zijn uitdrukkelijk gemachtigde raadsvrouw verschenen. De officier van justitie, mr. S. Vermeulen, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Ook is de vordering tot tenuitvoerlegging met bovenvermeld parketnummer behandeld. 2De tenlastelegging De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Inzake 02/270645-22 De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: [aangeefster] (hierna: aangeefster) heeft bedreigd; een deur van het Leger des Heils heeft vernield; inzake 02/270821-22 De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte (de ruit van) een toegangsdeur en/of een ruit (van een kamer) van het Leger des Heils heeft vernield. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie Inzake 02/270645-22 De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 ten laste gelegde bedreiging met de dood van aangeefster. De officier van justitie acht de ten laste gelegde woorden (“kutwijf, ik ga je vermoorden, zal ik eens koffie over jouw harses gooien”), gelet op onder meer de (grotendeels) bekennende verklaring van verdachte bewezen. Ook acht de officier van justitie de ten laste gelegde schietbewegingen wettig en overtuigend bewezen. Tegenover de ontkennende verklaring van verdachte, plaatst de officier van justitie de geloofwaardige verklaring van aangeefster. Ook acht de officier van justitie de onder feit 2 ten laste gelegde vernieling van de ruit van de tussendeur bij de ingang van het Leger des Heils wettig en overtuigend bewezen, gelet op onder meer de (grotendeels) bekennende verklaring van verdachte. Inzake 02/270821-22 De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde vernieling van de ruit van de tweede toegangsdeur van het Leger des Heils. Overigens gaat de officier van justitie er vanuit dat de tweede toegangsdeur dezelfde deur betreft als de tussendeur bij de ingang (02/270645-22). Ook acht de officier van justitie de wettig en overtuigend bewezen de vernieling van een ruit van een kamer van het Leger des Heils. De officier van justitie baseert zich voor beide vernielingen onder meer op de (grotendeels) bekennende verklaring van verdachte. Ten aanzien van de vernieling van de ruit van de kamer van het Leger des Heils als gevolg van het gooien met een fietsstuur stelt de officier van justitie dat sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. Door met een zwaar voorwerp, zoals een fietsstuur, te gooien bestaat de aanmerkelijke kans dat het een nabij goed raakt, als gevolg waarvan dit geraakte goed vernield raakt. Verdachte heeft de kans op vernieling van de ruit van de kamer van het Leger des Heils op de koop toe genomen door met het fietsstuur te gooien. 4.2 Het standpunt van de verdediging Inzake 02/270645-22 De verdediging refereert zich voor wat de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten 1 en 2 aan het oordeel van de rechtbank. Inzake 02/270821-22 De verdediging refereert zich voor wat de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feit aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Inzake 02/270645-22 Feit 1 Op grond van de aangifte en de (grotendeels) bekennende verklaring van verdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 ten laste gelegde bedreiging met de dood en met zware mishandeling door aan- geefster dreigend de woorden toe te voegen “kutwijf, ik ga je vermoorden, zal ik eens koffie over jouw harses gooien”. Anders dan de officier van justitie, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schietbewegingen heeft gemaakt. Dit wordt door verdachte ontkend en vindt ook geen steun in een ander bewijsmiddel in het dossier. Verdachte wordt daarom van dit onderdeel partieel vrijgesproken. Feit 2 Op grond van de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 2 ten laste gelegde vernieling van een deur van het Leger des Heils. Inzake 02/270821-22 Op grond van de aangifte en de (grotendeels) bekennende verklaring van verdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde vernieling van de ruit van de tweede toegangsdeur en een ruit van een kamer van het Leger des Heils. Met de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de vernieling van de ruit van een kamer van het Leger des Heils met een fietsstuur sprake is van voorwaardelijk opzet. Door met zo’n zwaar voorwerp ongecontroleerd te gooien in de nabijheid van ramen, bestaat de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zou kunnen intreden en verdachte heeft die kans ook aanvaard. Met de officier van justitie is de rechtbank van mening dat (de ruit van) de tussendeur bij de ingang van het Leger des Heils (02/270645-22) dezelfde is als de tweede toegangsdeur van het Leger des Heils (02/270821-22). Verdachte heeft deze ruit op 21 oktober een trap gegeven waardoor het glas versplinterd raakte en dus beschadigd werd en op 22 oktober wederom, waardoor het glas brak en de ruit dus vernield was. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte Inzake 02/270645-22 1.op 21 oktober 2022 te [plaats] , [aangeefster] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die [aangeefster] dreigend de woorden toe te voegen "kutwijf, ik ga je vermoorden, zal ik eens koffie over jouw harses gooien"; 2.op 21 oktober 2022 te [plaats] , opzettelijk en wederrechtelijk een deur, die aan Leger des Heils toebehoorde heeft beschadigd; Inzake 02/270821-22 in de periode van 20 oktober 2022 tot en met 22 oktober 2022 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk de ruit van een toegangsdeur en een ruit van een kamer, die aan Leger des Heils toebehoorden heeft vernield. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat verdachte ter zake van de bewezen geachte feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 dagen. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging stelt dat de duur van de door de officier van justitie gevorderde gevangenis- straf moet worden gematigd. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft een medewerkster van het Leger des Heils bedreigd met de dood en met zware mishandeling. Ook heeft verdachte bij dit opvangcentrum meerdere ruiten vernield. Dit gedrag van verdachte heeft gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Niet alleen bij hulpverleners van het Leger des Heils, maar ook bij de bewoners van dit opvangcentrum. Deze hulpverlenende organisatie en haar hulpverleners doen hun werk en waren er ook om verdachte juist te helpen. De rechtbank neemt verdachte dit kwalijk. De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 5 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.