RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-174035-20 vonnis van de meervoudige kamer van 20 april 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] wonende te [woonadres] raadsman mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 april 2023, waarbij de officier van justitie, mr. R.S. Jacobs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen in de nacht in een woning heeft ingebroken en daarbij goederen heeft weggenomen. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat verdachte van het tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken. Het dossier bevat onvoldoende wettig bewijs om verdachte aan deze woninginbraak te kunnen linken. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is met de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. De herkenning door de verbalisant is daarvoor onvoldoende. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. De enkele herkenning van [verbalisant] op basis van gelaat, baardgroei en haardracht acht de rechtbank onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. 5De benadeelde partij De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 2.500,-. Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. 6Het beslag De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen. Ten aanzien van de inbeslaggenomen auto zal de rechtbank de teruggave aan de rechthebbende gelasten voor zover op dit voorwerp geen conservatoir beslag rust. 7De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit; Benadeelde partijen - verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht; - veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil; Beslag - gelast de teruggave aan de rechthebbende van het inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: Scooter, G2212991 (Omschrijving: Blauw, merk: Piaggo) Scooter, G2212985 (Omschrijving: Groen, merk: Piaggio, chassisnr: [chassisnummer 1] ) Personenauto, G2212995 (Omschrijving: Zwart, merk: Seat, chassisnr: [chassisnummer 2] , bouwjaar 2006) Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.E. Mullers, voorzitter, mr. P. Kooijman en mr. D.L.J. Martens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Bles, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 april 2023. De voorzitter en de jongste rechter zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.