RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/779 WW uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2023 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser (gemachtigde: mr. J.L.A.M. van Os), en De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 14 januari 2022 (bestreden besluit). Op 31 mei 2022 heeft het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. De rechtbank heeft het beroep op 9 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen eisers gemachtigde. Het UWV is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Bij besluit van 1 maart 2021 is aan eiser vanaf 1 maart 2021 een WW-uitkering toegekend. Eiser heeft zich op 12 april 2021 ziek gemeld vanuit de WW. Bij besluit van 6 augustus 2021 is aan eiser medegedeeld dat hij per 1 maart 2021 geen WW-uitkering krijgt omdat hij ziek is. De beslissing van 1 maart 2021 vervalt. Eiser heeft tegen het besluit van 6 augustus 2021 bezwaar gemaakt. Bij het bestreden besluit heeft het UWV eisers bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld. Bij besluit van 31 mei 2022 heeft het UWV eisers bezwaar tegen het besluit van 6 augustus 2021 alsnog gegrond verklaard. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat het eiser niet redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat hij op 1 maart 2021 geen recht had op een WW-uitkering. Besluit van 31 mei 2022 Uit artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat het beroep van rechtswege mede betrekking heeft op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. De rechtbank is van oordeel dat het UWV met het besluit van 31 mei 2022 geheel aan de bezwaren van eiser tegemoet gekomen is. Eiser krijgt alsnog een WW-uitkering per 1 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.