← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:2839

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/1620 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2023 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser en de burgemeester van de gemeente Breda. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat de burgemeester volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 30 november 2022 tegen het besluit van 29 oktober 2022 tot het opleggen van een 12 uurs gebiedsverbod. 1.
  2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling).Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. 2.
  4. Nu het beroep alleen gaat over de vraag of de burgemeester tijdig op het bezwaar van eiser heeft beslist, komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling over het opgelegde gebiedsverbod. Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
  5. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Eiser heeft het bezwaarschrift ingediend op 30 november
  6. De burgemeester moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is. Omdat er een adviescommissie is, geldt in dit geval een termijn van twaalf weken. Dat staat in artikel 7:10 en 7:13 van de Awb. Met inachtneming van de Algemene termijnenwet (op grond waarvan, onder meer, weekenddagen of een algemeen erkende feestdag deze termijn verlengen) had de burgemeester dus uiterlijk op 6 maart 2023 moeten beslissen. Uit de door eiser overgelegde e-mailberichten blijkt niet op welke datum eiser de burgemeester in gebreke heeft gesteld. Deze ingebrekestelling heeft echter al wel plaatsgevonden voordat eiser op 28 februari 2023 beroep heeft ingesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. 3.
  7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 25 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.