RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Bergen op Zoom zaaknummer: 10062568 OV VERZ 22-5112 beschikking d.d. 17 januari 2023 op een verzoek ex artikel 4:193 lid 1 BW ingediend door: 1 [verzoeker sub 1] , en
- [verzoeker sub 2], beiden wonende te [plaats] , hierna te noemen: “verzoekers”, gemachtigde: mr. [gemachtigde] , werkzaam bij [notariskantoor] te ’s-Gravenhage. 1Het verzoek en de beoordeling 1.
- Ter griffie van deze rechtbank werd op 17 augustus 2022 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen. Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2022, een nalatenschap te kunnen verwerpen. 1.
- Uit het verzoekschrift volgt dat op 3 april 2022 te ‘s-Gravenhage is overleden [naam] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 1951, laatstelijk gewoond hebbend te ‘s-Gravenhage. Een uittreksel uit de overlijdensakte is overgelegd. 1.
- Uit het verzoekschrift volgt verder dat [verzoeker sub 1] tot de nalatenschap van de overledene is geroepen, maar deze heeft verworpen en wel om redenen als vermeld in het verzoekschrift. Van de verwerping is aantekening gemaakt in het bij de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene gehouden boedelregister. 1.
- Bij brief van 11 oktober 2022 is namens de kantonrechter medegedeeld dat bij de beoordeling van het verzoek de belangen van de minderjarige voorop staan. In beginsel wordt er slechts machtiging verleend indien er sprake is van een negatieve nalatenschap. De gemachtigde van verzoekers is in de gelegenheid gesteld stukken over te leggen waaruit blijkt dat de nalatenschap negatief is. Daarnaast is zij in de gelegenheid gesteld om een kopie van de legitimatiebewijzen en de geboortedatum en geboorteplaats van verzoekster sub 2 over te leggen. De gemachtigde heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Vervolgens is zij bij brief van 18 november 2022 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten of zij gebruik wil maken van de mogelijkheid om te worden gehoord, nu de kantonrechter voornemens is het verzoek af te wijzen. Ook van deze gelegenheid heeft zij geen gebruik gemaakt. 1.5 Nu niet is gebleken dat er sprake is van een negatieve nalatenschap is het niet in het belang van de minderjarige om de nalatenschap te verwerpen. Op voorhand kan immers niet worden uitgesloten dat na vereffening een positief saldo zal resteren waarin de minderjarige dan deelgenoot zal zijn. Nu de gemachtigde geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om namens verzoekers het verzoek aan te vullen met stukken waaruit blijkt dat de nalatenschap negatief is, dan wel om te worden gehoord, zal het verzoek worden afgewezen. 1.6 Dit brengt met zich mee, dat verzoekers de nalatenschap namens de minderjarige beneficiair dienen te aanvaarden. In beginsel leidt deze beneficiaire aanvaarding tot de verplichting voor de erfgenamen om de nalatenschap te vereffenen volgens de wet en treden verzoekers daarbij namens de minderjarige erfgenaam op als vereffenaar. Voor de taken van de vereffenaar wordt verwezen naar hetgeen is bepaald in boek 4, titel 6, afdeling 3 van het Burgerlijk Wetboek en de ‘Richtlijnen Vereffening nalatenschappen’ die op www.rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. 1.7 Beslist wordt derhalve als volgt.
- De beslissing De kantonrechter: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Boom, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld: door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 'sHertogenbosch.