RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummers: 02-124638-22 + 96-171013-18 (TUL) vonnis van de meervoudige kamer van 15 mei 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] wonende te [woonadres] raadsman mr. T.G.M. Houben, advocaat te Amsterdam 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 april
- Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie, mr. R.S. Jacobs, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat feit 1: verdachte samen met anderen de heer [slachtoffer] heeft opgelicht dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest; feit 2: verdachte samen met anderen diefstal heeft gepleegd; feit 3: verdachte samen met anderen door middel van bankpassen of creditcard van de heer [slachtoffer] geld heeft weggenomen. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een rol heeft gespeeld bij de tenlastegelegde feiten. De enkele aanwezigheid van een vingerafdruk is onvoldoende voor een bewezenverklaring. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de tenlastegelegde feiten. Het dossier is inconsistent. Verdachte is niet aan een rol te linken en het forensisch onderzoek is allesbehalve feilloos. De verdediging stelt dat de vingerafdruk onbruikbaar is. Indien de rechtbank daar anders over denkt, dan nog ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs. Het is immers niet vast te stellen op welk moment de vingerafdruk op de envelop terecht is gekomen. Dat kan in theorie lang voor 4 maart 2021 zijn geweest. Of na 4 maart
- Ook als de vingerafdruk op 4 maart 2021 op de envelop is gekomen, dan zegt dit niets over wetenschap van de strafbare feiten, laat staan verdere betrokkenheid en/of mogelijke uitvoeringshandelingen. Ten aanzien van alle feiten op de tenlastelegging is de vingerafdruk de enige link naar verdachte. Bewijs voor een actieve rol als medepleger en/of als medeplichtige bij de oplichting ontbreekt. Dat geldt eveneens voor de feiten 2 en
- Voor de vaststelling dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en een wezenlijke, materiele en intellectuele bijdrage van enig gewicht, schiet het dossier te kort. Verdachte dient dan ook vrijgesproken te worden van alle tenlastegelegde feiten. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte van alle feiten vrijgesproken dient te worden. De rechtbank stelt vast dat op een envelop, die geplaatst kan worden op de plaats delict onder feit 1, vingerafdrukken van verdachte zijn aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat dactyloscopische sporen in beginsel als ondersteunend bewijsmateriaal beschouwd moeten worden. In onderhavige situatie is echter niet duidelijk geworden op welk moment de vingerafdrukken op de envelop terecht zouden kunnen zijn gekomen. Het dossier laat ruimte voor een ander scenario dan het scenario dat het verdachte is geweest die op 4 maart 2021 in of nabij de woning van [slachtoffer] is geweest. Het vorenstaande geldt ook voor de onder feit 2 tenlastegelegde diefstal uit de woning van [slachtoffer] . Ook ten aanzien van feit 3 biedt het dossier onvoldoende aanknopingspunten om wettig en overtuigend bewezen te verklaren dat verdachte betrokken is bij de diefstal van het geld door middel van het pinnen. 5De vordering tot tenuitvoerlegging De officier van justitie heeft oorspronkelijk gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken die onder parketnummer 96-171013-18 aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter d.d. 3 december 2018 ten uitvoer zal worden gelegd. De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie zijn vordering ter zitting heeft aangepast, in die zin dat hij nu vordert dat de vordering wordt afgewezen. Nu verdachte wordt vrijgesproken, dient de vordering tot tenuitvoerlegging te worden afgewezen. 6De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde feiten; Vordering tenuitvoerlegging - wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af. Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, mr. I. de Graaf en mr. T. Kemper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Tafazzul, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 mei 2023.