RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Eindhoven Belastingrecht zaaknummer: BRE 22/1109 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 mei 2023 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende, (gemachtigde: mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts ), en de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 10 februari 2022. 1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende over de tijdvakken gelegen in de periode 11 augustus 2020 tot en met 10 augustus 2021 een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) naar een bedrag van € 2.117 opgelegd (aanslagnummer: [aanslagnummer] Y.1.95001 ). Gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag heeft de inspecteur een verzuimboete van € 2.117 opgelegd. 1.2. De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag MRB en de verzuimboete bij uitspraak op bezwaar van 10 februari 2021 ongegrond verklaard. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 13 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] . Namens belanghebbende is, met kennisgeving aan de rechtbank, niemand verschenen. Feiten 2. Belanghebbende staat volgens de gegevens van het kentekenregister vanaf 25 november 2017 geregistreerd als houder van een personenauto van het merk Audi, type A4 met het kenteken [kenteken] (de auto). De geldigheid van het kenteken was geschorst van 18 december 2019 tot 18 december 2020 en van 24 december 2020 tot 18 augustus 2021. 2.1. Op 15 mei 2021 omstreeks 12:19 uur is geconstateerd dat op de A2 rechts, ter hoogte van hectometerpaal 72.4 te Vianen , met de auto gebruik is gemaakt van de openbare weg terwijl het kenteken van de auto op dat moment geschorst was. Naar aanleiding hiervan zijn de naheffingsaanslag en boeteschikking opgelegd. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag MRB over de juiste periode en naar het juiste bedrag is opgelegd. Ook beoordeelt de rechtbank of de opgelegde verzuimboete terecht is. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden. Is de naheffingsaanslag over de juiste periode en naar het juiste bedrag berekend? 4. Bij constatering van gebruik van de weg met een motorrijtuig tijdens een voor dat motorrijtuig geldende schorsing kan de motorrijtuigenbelasting worden nageheven. De na te heffen belasting wordt berekend over een tijdsduur van vier aaneensluitende tijdvakken van drie maanden met als laatste tijdvak dat waarin het gebruik van de weg is geconstateerd. Indien blijkt dat het motorrijtuig over (een gedeelte van) de tijdsduur van de vier tijdvakken niet op naam heeft gestaan van degene die het motorrijtuig houdt, of de belasting over de periode waarop de naheffingsaanslag betrekking heeft voor het motorrijtuig is betaald, wordt de belasting in zoverre niet nageheven respectievelijk in zoverre verminderd. 4.1. Gelet op het hiervoor genoemde wettelijk kader is de naheffingsaanslag MRB terecht aan belanghebbende opgelegd. Aan het belastbare feit is voldaan omdat met de auto gebruik is gemaakt van de weg tijdens een schorsing. Het is voor het berekende bedrag aan naheffing niet van belang of gedurende een gedeelte van de periode met de auto geen gebruik van de weg is gemaakt. De stelling van belanghebbende dat hij het grootste deel van het naheffingstijdvak geen gebruik van de weg heeft gemaakt omdat (de motor van) de auto niet functioneerde, is in dit verband – van de naheffing – niet relevant. Bovendien heeft belanghebbende, tegenover de gemotiveerde betwisting door de inspecteur, niet aannemelijk gemaakt dat met de auto geen gebruik van de weg kon worden gemaakt. Tenslotte heeft de inspecteur bij de berekening van de naheffingsaanslag MRB – in tegenstelling tot wat belanghebbende meent – reeds rekening gehouden met de door belanghebbende betaalde MRB voor de periode 18 december 2020 tot en met 23 december 2020. 4.2. Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat aan belanghebbende terecht een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting is opgelegd over de periode 11 augustus 2020 tot en met 10 augustus 2021, en dat de naheffingsaanslag is opgelegd naar het juiste bedrag. Is de verzuimboete terecht opgelegd? 5. Als een belastingplichtige de verschuldigde belasting in geval van gebruik van de weg met een geschorst motorrijtuig niet heeft betaald, kan de inspecteur een verzuimboete opleggen van maximaal € 5.514. Nu, zoals hiervoor is geoordeeld, terecht een naheffingsaanslag MRB aan belanghebbende is opgelegd, is dus ook sprake van een verzuim als bedoeld in artikel 67c AWR. Dat betekent dat de verzuimboete als uitgangspunt terecht aan belanghebbende is opgelegd. De mate van verwijtbaarheid speelt bij het opleggen van de verzuimboete geen rol, tenzij er sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas) of een pleitbaar standpunt. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. 5.1. Belanghebbende stelt dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.