RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 02-821127-17 rk-nummers: 22-027971 en 22-027970 Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 7 december 2022, in de zaak: [verzoekster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,wonende te [woonadres],woonplaats kiezende ten kantore van mr. R.B.M. Poppelaars te (4818 SJ) Breda, Parkstraat 10 (postadres: Postbus 4650, 4803 ER Breda). Verzoekster is [verzoekster] voornoemd. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: - € 520,00, € 520,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis; het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 4.447,42, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; de kennisgeving sepot van 2 december 2021; de stukken waaruit blijkt dat verzoeker op 9 oktober 2017 in verzekering is gesteld en op 12 oktober 2017 in vrijheid is gesteld; de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie. Op 30 maart 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. I.A.M.M. Haenen en mr. R.B.M. Poppelaars als gemachtigd advocaat van verzoekster gehoord. Verzoekster is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen. Namens verzoekster is aangevoerd zij in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer op 9 oktober 2017 in verzekering is gesteld en op 12 oktober 2017 is heengezonden. Bij beslissing van de officier van justitie van 21 december 2021 is de zaak geseponeerd. Verzoekster is daarvan op 21 november 2022 in kennis gesteld. Verzoekster acht het redelijk dat aan haar een vergoeding wordt toegekend van € 520,00 voor de dagen die zij in verzekering op het politiebureau heeft doorgebracht. Daarnaast heeft verzoekster kosten gemaakt voor de aan haar verleende rechtsbijstand en verzoekt daarvoor een vergoeding van € 4.447,42, een en ander te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek nu het verzoek te laat is ingediend. Uit een door haar voorafgaand aan de zitting verstuurde screenshot afkomstig van het systeem Compas blijkt dat de beslissing tot sepot is gegeven op 2 december 2021 en dat de kennisgeving op 3 december is verstuurd naar [adres] te [plaats]. Mr. Poppelaars heeft in raadkamer ten aanzien van de ontvankelijkheid van verzoekster aangevoerd dat hij bij (herhaaldelijke) navraag bij het Openbaar Ministerie naar de stand van zaken pas op 21 november 2022 het bericht heeft ontvangen dat de strafzaak tegen verzoekster is geseponeerd. Van deze beslissing heeft hij verzoekster direct in kennis gesteld. Verzoekster wist niet eerder dan op dat moment dat de strafzaak tegen haar geseponeerd was. Dat de kennisgeving sepot volgens een screenshot uit Compas op 3 december 2021 naar het adres van verzoekster is verstuurd, is onvoldoende om te kunnen vaststellen dat zij deze kennisgeving ook daadwerkelijk heeft ontvangen en daar kennis van heeft genomen. De advocaat stelt zich dan ook op het standpunt dat verzoekster wel degelijk ontvankelijk is in haar verzoek. Voorts heeft de advocaat aangevoerd dat de aanvankelijk verzochte vergoeding van kosten rechtsbijstand dient te worden gematigd nu abusievelijk piketuren ( 7,4 uren van 9 oktober 2017 tot en met 12 oktober 2017) in rekening zijn gebracht die door de toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand, Raad voor de rechtsbijstand zijn vergoed. Namens verzoekster wordt thans verzocht om een bedrag ter hoogte van € 2.074,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.