vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Breda zaaknummer / rolnummer: C/02/407596 / HA ZA 23-148 Vonnis van 17 mei 2023 in de zaak van
- de vennootschap onder firma [eiser01] VOF , gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
- [eiser02] ,
- [eiser03] , beiden wonende te [woonplaats01] ,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser04] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats01] , eisers, advocaat mr. J.A.M. van de Sande te Rijswijk (Zh), tegen de naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN NV h.o.d.n INTERPOLIS , gevestigd te Tilburg, gedaagde, niet verschenen. 1 De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 14 maart 2023 met producties genummerd I tot en met VIII; het tegen gedaagde verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.
- Een verklaring voor recht leent zich niet voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zodat de door eiser verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad ten aanzien van de verklaringen voor recht, als zijnde in strijd met de aard daarvan, dient te worden afgewezen 2.
- Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.
- Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op: - dagvaarding € 129,14 - griffierecht 676,00 - salaris advocaat 598,00 (1,0 punt × tarief € 598,00) Totaal € 1.403,14 3 De beslissing De rechtbank 3.
- verklaart voor recht dat gedaagde gehouden is om de door [eiser01] geleden schade aan de bedrijfsmiddelen onder de tussen gedaagde en [eiser01] gesloten verzekeringsovereenkomst (polisnummer [nummer01] ) te vergoeden en veroordeelt gedaagde om uitvoering te geven aan de vaststelling van de geleden schade overeenkomstig de regeling zoals is vastgelegd in de van toepassing zijnde polisvoorwaarden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 voor elke dag dat gedaagde daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 75.000,00 is bereikt; 3.
- verklaart voor recht dat gedaagde gehouden is om de door [eiser04] geleden schade aan de gebouwen onder de tussen gedaagde en eisers gesloten verzekeringsovereenkomst (polisnummer [nummer02] ) te vergoeden en veroordeelt gedaagde om uitvoering te geven aan de vaststelling van de geleden schade overeenkomstig de regeling zoals vastgelegd in de van toepassing zijnde polisvoorwaarden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 voor elke dag dat gedaagde daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 75.000,00 is bereikt; 3.
- veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting de door [eiser01] geleden en te lijden schade als gevolg van onterechte dekkingsweigering te vergoeden, welke schade nader opgemaakt wordt bij staat en vereffend volgens de wet, 3.
- veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 1.403,14, 3.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de genoemde verklaringen voor recht onder punt 3.1 en 3.2., 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 17 mei
- type: sdk coll:
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.