RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 22/2406 WIA uitspraak van 31 mei 2023 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster, gemachtigde: mr. B.E. Crone, en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 maart 2022 (bestreden besluit) van het UWV inzake de weigering verzoekster per 1 juni 2021 een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) toe te kennen. Bij besluit van 23 maart 2023 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd in die zin dat verzoekster met ingang van 1 juni 2021 een WIA-uitkering wordt toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft bij brief van 19 april 2023 gesteld bereid te zijn de proceskosten tot een bedrag van € 3.918,58 te vergoeden (€ 837,00 voor het indienen van beroep en € 3.081,58 voor een ingebracht deskundigenrapport van WPEX van 13 december 2022). Ook heeft het UWV gesteld het griffierecht te zullen vergoeden. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.