vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Locatie Breda Cluster II Handelszaken zaaknummer / rolnummer: C/02/ 407686 / KG ZA 23-128 Vonnis in kort geding van 24 mei 2023 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres01] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats01] aan de [adres01] , e i s e r e s, advocaat mr. B.J. Maes, en de vennootschap naar Slowaaks recht [gedaagde01] , gevestigd en kantoorhoudende te Slowakije aan de [adres02] , g e d a a g d e, niet verschenen. 1 De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 3 april 2023 met producties, de akte wijziging eis, met productie, de mondelinge behandeling op 24 mei 2023, de pleitnota van eiseres met productie. 2 IPR 2.
- De voorzieningenrechter is op grond van artikel 9.
- van de algemene voorwaarden bevoegd. Op grond van artikel 10.
- van de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing. 3 Het geschil . 3.
- Eiseres vordert als voorlopige voorziening, na vermindering van eis: gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 35.163,90, al dan niet bij wijze van voorschot totdat daarover een einduitspraak in een eventuele bodemprocedure zal zijn gedaan, vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 28 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, zulks met bepaling dat de vordering binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis dient te zijn voldaan; een certificaat af te geven in de zin van artikel 53 cq artikel 60 van de verordening (EU) nr. 1215/2012;
- gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding. 4 De beoordeling. 4.
- De wettelijke termijn voor dagvaarden is overeenkomstig het bepaalde in artikel 117 Rv op mondelinge last van de voorzieningenrechter verkort. Bij de dagvaarding en blijkens de overgelegde documenten A, D en K op grond van de verordening EU 2020/1784 zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek zal worden verleend. 4.
- Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor, zodat dit zal worden toegewezen 4.
- Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van eiseres als volgt vastgesteld: - kosten van de dagvaarding € 116,08 - griffierecht € 2.837,00 - salaris advocaat € 1.079,00 - overige kosten € 0,00 Totaal € 4.032,08 5 De beslissing De voorzieningenrechter 5.
- verleent ten aanzien van gedaagde verstek, 5.
- veroordeelt gedaagde om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan eiseres te betalen een bedrag van € 35.163,90 (zegge: vijfendertigduizendhonderddrieënzestigduizend euro en negentig eurocent), te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 28 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, 5.
- bepaalt dat het certificaat in de zin van artikel 53 Vo 1215/2012 EU zal worden afgegeven, 5.
- veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op € 4.032,08, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is mondeling gewezen door mr . Van der Weide, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in kort geding van 24 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.