RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummers: 02/143927-22; 02/132467-22; 02/137842-22; 02/138220-22; 02/141120-22; 02/205014-22 vonnis van de meervoudige kamer van 6 juni 2023 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats] thans gedetineerd in de Forensisch Psychiatrische Kliniek [zorginstelling] , locatie [adres] te [plaats] raadsman mr. P. Susijn, advocaat te Tilburg 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 mei 2023, waarbij de officier van justitie, mr. S.A.J. Louwers, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte, telkens te Tilburg, 02/143927-22: feit 1: in de periode van 18 april 2022 t/m 10 juni 2022 zijn moeder [slachtoffer 1] heeft gestalkt; feit 2: op 10 juni 2022 [slachtoffer 2] heeft bedreigd; feit 3: op 10 juni 2022 [slachtoffer 3] heeft bedreigd; feit 4: op 10 juni 2022 [verbalisant 1] in zijn functie als opsporingsambtenaar heeft bedreigd; 02/132467-22: op 29 mei 2022 het raam van de voordeur van [slachtoffer 4] heeft vernield of beschadigd; 02/137842-22: op 3 juni 2022 de voordeur en de auto van [slachtoffer 4] heeft vernield of beschadigd; 02/138220-22: feit 1: op 4 juni 2022 de Nationale Politie en de medewerkers of werknemers daarvan heeft bedreigd via [medewerker] ; feit 2: op 4 juni 2022 [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , zijnde twee brigadiers van de politie in functie, heeft beledigd; 02/141120-22: op 8 juni 2022 een Mars bij Tamoil heeft gestolen; 02/205014-22: op 24 mei 2022 een bloempot van [benadeelde] heeft vernield of beschadigd. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd (met uitzondering van de belediging van agent [verbalisant 3] ) en baseert zich daarbij met name op aangiftes en de bekennende verklaring van verdachte die hij ter zitting heeft afgelegd. Ten aanzien van de bedreiging van [slachtoffer 2] (02/143927-22, feit 2) heeft verdachte geen volledig bekennende verklaring afgelegd. Maar gezien de aangifte, het gesprek van verdachte bij het NIFP over dit feit en de verklaring van [getuige] , die verdachte heeft horen schelden en tieren en heeft bevestigd dat verdachte stenen heeft opgepakt, acht de officier van justitie dit feit bewezen. Naar de mening van de officier van justitie was de bedreiging over de moeder van [verbalisant 1] enkel gericht op het vrees aanjagen bij [verbalisant 1] en kan deze bedreiging dan ook worden bewezen. Hij verwijst hiervoor naar een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, waarin aansluiting wordt gezocht bij een tweetal arresten van de Hoge Raad (02/143927-22, feit 4). Omdat [verbalisant 3] heeft aangegeven dat zijn collega [verbalisant 2] door verdachte is beledigd en in dit verband niet heeft vermeld dat hij ook zelf is beledigd, vraagt de officier van justitie verdachte van 02/138220-22, feit 2 partieel vrij te spreken. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de bedreiging van [verbalisant 1] (02/143927-22, feit 4), nu deze bedreiging niet dezelfde persoon betrof als degene tegen wie de bedreiging werd geuit. Het (voorwaardelijk) opzet op de bedreiging ontbreekt, met name ten aanzien van het terechtkomen van de bedreiging bij degene op wie deze betrekking had. Verdachte dient van dit feit daarom te worden vrijgesproken. Verder heeft de raadsman verzocht verdachte partieel vrij te spreken van de belediging van [verbalisant 3] (02/138220-22). 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Op grond van de opgenomen bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte: [slachtoffer 1] heeft gestalkt, [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en opsporingsambtenaar [verbalisant 1] heeft bedreigd, het raam van de voordeur van [slachtoffer 4] heeft vernield, de voordeur en de auto van [slachtoffer 4] heeft beschadigd, de Nationale Politie en medewerkers daarvan heeft bedreigd, [verbalisant 2] heeft beledigd, een Mars bij benzinepomp Tamoil heeft gestolen en een bloempot van [benadeelde] heeft vernield. Verdachte heeft de feiten grotendeels bekend. Voor zover verdachte de feiten niet volledig heeft bekend en/of vrijspraak is bepleit, overweegt de rechtbank het volgende. 02/143927-22, feit 2: De rechtbank acht de bedreiging van [slachtoffer 2] bewezen nu de aangifte steun vindt in de verklaring van [getuige] . Deze stratenmaker zag verdachte schelden en tieren in de richting van [slachtoffer 2] en zag hem daarbij op enig moment ook enkele stenen ter hand nemen. Verdachte heeft ter zitting weliswaar aangegeven dat hij zich niet meer kan herinneren wat hij destijds naar [slachtoffer 2] heeft geroepen, maar heeft erkend dat dit wel lelijke dingen waren en dat hij mogelijk ook “ik maak je je kapot” heeft gezegd. 02/143927-22, feit 4: Verdachte heeft [verbalisant 1] bedreigd door te zeggen dat hij de moeder van [verbalisant 1] zou dood maken. Volgens vaste jurisprudentie is het niet vereist dat het misdrijf waarmee is gedreigd is gericht tegen de bedreigde zelf. Evenwel moet een bedreiging van dien aard zijn en onder zulke omstandigheden zijn gedaan dat deze in het algemeen een redelijke vrees kan opwekken en de bedreigde zich in zijn vrijheid belemmerd acht. Dat in deze zaak door verdachte is gedreigd met een misdrijf jegens een ander, [verbalisant 1] moeder, dan de bedreigde persoon zelf, [verbalisant 1] , is naar het oordeel van de rechtbank een omstandigheid waaronder de geuite bedreiging en de aard daarvan tot redelijke vrees kon leiden. Een dergelijke bedreiging kan immers een inbreuk maken op de persoonlijke vrijheid van [verbalisant 1] , die vergelijkbaar is met een bedreiging die op hemzelf betrekking zou hebben gehad. De rechtbank volgt dan ook het standpunt van de officier van justitie dat de tenlastegelegde bedreiging wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij verwerpt het verweer van de raadsman. 02/138220-22, feit 2: Met de verdediging en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte op 4 juni 2022 naast [verbalisant 2] ook [verbalisant 3] heeft beledigd, omdat dit niet in de processen-verbaal van bevindingen van meerdere verbalisanten ‒ waaronder ook van [verbalisant 3] zelf ‒ of andere stukken naar voren komt. [verbalisant 3] heeft daarvan ook geen aangifte gedaan. Verdachte zal dan ook (partieel) worden vrijgesproken van dit feit voor zover het de bedreiging van [verbalisant 3] betreft. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 02/143927-22:feit 1:in de periode van 18 april 2022 t/m 10 juni 2022 te Tilburg wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van (zijn moeder) [slachtoffer 1] , door iedere dag en/of meermalen per dag bij die [slachtoffer 1]- aan te bellen of aan te kloppen waarbij hij scheldend en tierend op de galerij voor de deur of op straat voor de woning van die [slachtoffer 1] staat; en - veelvuldig toeterend en met hoge snelheid door de straat van die [slachtoffer 1] te rijden; en - bloemetjes, krasloten, (los)geld en zijn medicatie in de brievenbus of voor de deur van die [slachtoffer 1] te deponeren; en - die [slachtoffer 1] agressief en dreigend aan te spreken wanneer zij haar hond uitlaat in het park;met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen of te dulden; feit 2: op 10 juni 2022 te Tilburg, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 2] de volgende bedreigende woorden toe te voegen: "ik ga je kapot maken" waarbij hij die [slachtoffer 2] dreigend twee stenen toonde, en aldus heeft verdachte door houding, gebaren en woorden een bedreigende situatie en sfeer doen ontstaan; feit 3: op 10 juni 2022 te Tilburg, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 3] dreigend de volgende woorden toe te voegen "dat hij die [slachtoffer 3] kapot ging maken en zijn hoofd er af zou slaan" waarbij verdachte met stenen gooide en aldus heeft verdachte door houding, gebaren en woorden een bedreigende situatie en sfeer doen ontstaan; feit 4: op 10 juni 2022 te Tilburg, [verbalisant 1] (in zijn functie als opsporingsambtenaar van politie Zeeland-West-Brabant) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [verbalisant 1] dreigend de woorden toe te voegen "Die vieze kanker rooie, ik maak zijn kanker moeder dood; 02/132467-22: op 29 mei 2022 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk het raam van een voordeur dat aan [slachtoffer 4] toebehoorde heeft vernield; 02/137842-22:op 3 juni 2022 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk een (voor)deur en een auto die aan [slachtoffer 4] toebehoorden heeft beschadigd; 02/138220-22: feit 1: op 4 juni 2022, te Tilburg, (zich alstoen bevindend in de hal van het aan de [straatnaam] aldaar gelegen politiebureau), de Nationale Politie en medewerkers daarvan heeft bedreigd met brandstichting, door die medewerkers (via [medewerker] , werkzaam op dat aldaar gelegen politiebureau) dreigend de woorden toe te voegen : 'Ik steek dit bureau in de fik', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; feit 2: op 4 juni 2022, te Tilburg, opzettelijk een ambtenaar, te weten een brigadier van politie Zeeland-West-Brabant ( [verbalisant 2] ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen : 'Tyfushomo' en 'Je bent een achterlijke mongool met een bril' en 'Kankerflikker'; 02/141120-22: op 8 juni 2022 te Tilburg een Mars die aan Tamoil (bezinepomp) toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 02/205014-22: op 24 mei 2022 te Tilburg opzettelijk en wederrechtelijk een bloempot die aan [benadeelde] toebehoorde, heeft vernield. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 204 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van twee jaar en daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarbij is met name rekening gehouden met de ernst van de feiten en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte blijkens het beschikbare psychologisch rapport. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman kan zich verenigen met de gevorderde straf, met dien verstande dat het voorwaardelijke deel moet worden gematigd. Hij verzoekt de proeftijd op maximaal twee jaar te stellen. Tevens is aangevoerd dat verdachte eerder in een impulsieve reactie heeft aangegeven dat hij zich niet kan scharen achter het door de reclassering geadviseerde drugsverbod voor zover dat het gebruik van softdrugs betreft. Maar daar komt hij op terug. Verdachte ziet nu het belang van dit verbod in en begrijpt dat het aangeboden hulpverleningstraject nog geruime tijd in beslag zal nemen. Volgens verdachte verloopt zijn behandeling in [zorginstelling] goed. Hij is inmiddels clean en mag al met onbegeleid verlof. Hij wenst zo snel mogelijk zijn beroep als stratenmaker weer op te pakken. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich in de korte periode van 18 april tot en met 10 juni 2022 in Tilburg schuldig gemaakt aan een reeks delicten, waarvan voornamelijk politieagenten, familie of vrienden het slachtoffer zijn geworden. Zo heeft hij zijn moeder [slachtoffer 1] gestalkt en zijn vrienden [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] met de dood bedreigd. Bij zijn vriend [slachtoffer 4] heeft hij tot tweemaal toe een (raam van een) deur vernield en heeft hij zijn auto beschadigd. Ook heeft verdachte [verbalisant 1] bedreigd door te roepen dat hij zijn moeder zou doden, heeft hij de Nationale Politie en agenten bedreigd met brandstichting in een politiebureau en heeft hij [verbalisant 2] beledigd. Verder heeft hij snoepgoed gestolen bij benzinestation Tamoil en heeft hij een bloempot vernield van woningcoöperatie [benadeelde] . De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan. Behalve dat deze feiten de slachtoffers angst hebben aangejaagd dan wel leed of ongemak hebben toegebracht, dragen dergelijke feiten ook bij aan de in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid. Verdachte is een schoolvoorbeeld van een jongere die door een harddrugsverslaving steeds verder is afgegleden en zijn weg in de maatschappij volledig is kwijt geraakt. Omdat de situatie thuis onhoudbaar werd door zijn dagelijks terugkerende paranoïde, geagiteerde en agressieve gedrag (als gevolg van zijn drugsgebruik), werd hij door zijn moeder begin april 2022 uit huis gezet en werd het contact op 18 april 2022 volledig verbroken. Het gedrag van verdachte veranderde daardoor niet, sterker nog, niet alleen zijn moeder maar ook anderen moesten het toen ontgelden, gezien de strafbare feiten die hij vervolgens pleegde. Uiteindelijk werd hij dakloos en sliep hij in zijn auto. Hij leefde kennelijk in zijn eigen wereld, was bezig om te overleven en bekommerde zich niet om anderen en het leed en de overlast die hij voor anderen veroorzaakte. Ter zitting heeft verdachte aangegeven dat hij zijn moeder lastig viel, omdat hij uit was op haar geld om onder meer zijn verslaving te kunnen bekostigen. Gelet op het vorenstaande kunnen de feiten niet los worden gezien van de persoonlijke situatie van verdachte. De rechtbank heeft kennis genomen van de verschillende rapportages die over de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn uitgebracht, met name van het psychologisch rapport van [psycholoog] d.d. 15 januari 2023 en het meest recente reclasseringsadvies van 4 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.