← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:453

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 10009833 / CV EXPL 22-2214 vonnis d.d. 25 januari 2023 inzake [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, hierna verder te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. H.E.Chr.M. Nieland, tegen de publiekrechtelijk rechtspersoon GEMEENTE BERGEN OP ZOOM, gevestigd te Bergen op Zoom, gedaagde, hierna verder te noemen: de Gemeente, gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders. 1Het verloop van het geding 1.

  1. Voor het verloop van het geding verwijst de kantonrechter naar het tussenvonnis van 9 november
  2. 1.
  3. Op 25 november 2022 heeft de mondelinge behandeling tezamen met de procedure met zaaknummer 10058050 / CV EXPL 22-2476 [eiseres] /Gemeente Bergen op Zoom plaatsgevonden. Mr. Nieland heeft daarbij pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Van hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Na het sluiten van de mondelinge behandeling is de procedure verwezen naar de rol voor het wijzen van vonnis. 2De feiten 2.
  4. Op 3 mei 2012 is tussen de Gemeente en [naam 1] een huurovereenkomst gesloten voor de bedrijfsruimte ( [bedrijfsruimte] ) gevestigd aan de [adres] te Bergen op Zoom. Op 13 september 2013 is tussen de Gemeente, [naam 1] en [eiseres] een indeplaatsstellingsovereenkomst gesloten waarbij [eiseres] de huurovereenkomst van [naam 1] per 1 oktober 2013 heeft overgenomen. 3Het geschil en de beoordeling 3.
  5. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: primair een machtiging te verlenen om [naam 2] in haar plaats te stellen als huurder en exploitant van het gehuurde, subsidiair onder door de kantonrechter in goede justitie te bepalen voorwaarden een machtiging te verlenen om [naam 2] in haar plaats te stellen als huurder en exploitant van het gehuurde. [eiseres] vordert tevens primair en subsidiair de veroordeling van de Gemeente in de proces- en nakosten. 3.
  6. [eiseres] legt het navolgende aan haar vordering ten grondslag. [eiseres] heeft vanwege gezondheidsproblemen de Gemeente verzocht mee te werken aan een indeplaatsstelling van de huurovereenkomst, waarbij de heer [naam 2] de huurovereenkomst als huurder overneemt. Tussen partijen hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden, maar de Gemeente was niet bereid aan het verzoek mee te werken. [eiseres] vordert om die reden op grond van artikel 7:307 BW [naam 2] in de plaats te stellen van [eiseres] . Gelet op haar gezondheidsproblemen heeft [eiseres] een zwaarwichtig belang bij de overdracht van haar onderneming aan [naam 2] . [naam 2] is in staat drie maanden huur als borg te voldoen en de onderneming in het gehuurde rendabel te exploiteren. 3.
  7. De Gemeente heeft tegen de vordering verweer gevoerd. 3.
  8. De kantonrechter overweegt als volgt. In de procedure met zaaknummer 10058050 / CV EXPL 22-2476 heeft tezamen met deze procedure op 25 november 2022 de mondelinge behandeling plaatsgevonden. In die procedure wordt gelijktijdig met deze procedure vonnis gewezen. De kantonrechter heeft in die zaak het op 13 juli 2022 tussen partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 9990434 / CV EXPL 22-2107, waarin onder andere de ontbinding van de huurovereenkomst tussen de Gemeente en [eiseres] is uitgesproken, bekrachtigd. Dit betekent dat de huurovereenkomst tussen partijen is beëindigd. [eiseres] heeft daardoor geen belang meer bij haar vordering tot het verlenen van een machtiging om [naam 2] in haar plaats te stellen als huurder. De vordering dient om die reden afgewezen te worden. 3.
  9. [eiseres] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld. De kantonrechter begroot deze kosten aan de zijde van de Gemeente tot vandaag op € 187,00 wegens salaris gemachtigde (1 punt à € 187,00). 4De beslissing De kantonrechter: wijst de vordering af; veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, aan de zijde van de Gemeente tot vandaag begroot op € 187,00; verklaart de hiervoor uitgesproken proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom en uitgesproken op 25 januari 2023.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.