← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2023:4532

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Locatie Breda parketnummer: 96-242101-22 rk-nummer: 22-027864 Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 5 december 2022, in de zaak: [verzoeker01] , geboren op [geboortedatum01] 1983 te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ), woonplaats kiezende ten kantore van mr. E.M.J. Thomas te (4837 BD) Breda, Chopinstraat

  1. Verzoeker is [verzoeker01] voornoemd. 1 De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:  het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 1.125,30, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; het klaagschrift ex artikel 552a Sv d.d. 25 oktober 2022; de beslissing van de officier van justitie tot teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager d.d. 4 november 2022; de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie. Op 25 mei 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. E.M.J. Thomas als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord. Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen. Namens verzoeker is aangevoerd dat hij op 25 oktober 2022 een klaagschrift ex artikel 552a Sv heeft ingediend in verband met een inbeslaggenomen auto met [kenteken01] . Op 4 november 2022 heeft de officier van justitie besloten tot teruggave van de auto aan verzoeker. Verzoeker heeft in verband met de klaagschriftprocedure kosten van rechtsbijstand gemaakt en verzoekt daarvoor een bedrag ter hoogte van € 1.125,30, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de door verzoeker verzochte vergoeding ex artikel 530 Sv geheel toewijsbaar is. 2 De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd. Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman. Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 1.125,30 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend. 3 De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 1.805,30 , bestaande uit: - € 1.125,30 aan kosten van rechtsbijstand; - € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; bepaalt dat een bedrag van € 1.805,30 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer01] ten name van De Tomaso 2.0 B.V., onder vermelding van “ [verzoeker01] /OM vergoeding”. Deze beslissing is op 8 juni 2023 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juni
  2. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.